2 Kings 3:19

De raad van Elisa

Elisa is een man zonder vrees. Zonder enig respect voor het hoge gezelschap zegt hij tegen de koning van Israël dat hij niets met hem te doen heeft. Er is geen geestelijke band. Hij zegt zelfs sarcastisch dat Joram maar naar de profeten van zijn ouders moet gaan. Het antwoord van Joram is wat hij eerder heeft gezegd, dat de situatie waarin hij is, door de HEERE is bewerkt.

Elisa zegt nog eens en nu sterker, dat hij niets met Joram te maken wil hebben. De man blijft goddeloos. De erkenning dat de HEERE de situatie heeft bewerkt, heeft hem niet tot berouw gebracht. Het enige wat hij wil, is uit deze ellendige situatie komen, meer niet. Het is omdat Josafat zich in dit gezelschap bevindt dat Elisa zich niet omdraait en vertrekt. Het lijkt er echter op dat hij zozeer verontwaardigd is door de houding van Joram en ook door die van Josafat, dat zijn geest eerst tot rust moet komen. Daarvoor heeft hij welluidende, rustgevende muziek nodig.

Geestelijk gezinde gelovigen zijn niet in staat om onder alle omstandigheden een woord van de Heer te spreken. Soms kan er zo’n onrust in de geest zijn ontstaan, dat er eerst rust moet komen. Er moet harmonie komen in een situatie van disharmonie. Die rust kan soms verkregen worden door een welluidend instrument. Christus is de hemelse harpspeler Die rust brengt in verontruste geesten. Christus is de grondtoon waarop elke nood in ons leven afgestemd kan worden, waardoor de nood gedragen kan worden en er uitzicht op een oplossing ontstaat.

Terwijl de muziek klinkt, komt Elisa tot rust en kan de hand van de HEERE over hem komen. Dan gaat hij spreken en zegt wat er moet gebeuren. In het dal, een beeld van de plaats van nederigheid, moeten geulen worden gegraven, opdat de geulen met water kunnen worden gevuld. Greppels graven, opdat die met water kunnen worden gevuld, terwijl er droogte is, spreekt van geloof. Graven spreekt van het wegnemen van aarde. Er moet vuil worden verwijderd dat verhindert dat er water in de greppels kan stromen.

Alles moet weg wat het water kan verhinderen om te stromen. In beeld wil dit zeggen dat er ruimte gemaakt moet worden voor het Woord van God, waarvan water een beeld is (Ef 5:26; Jh 15:3). Het water is ook een beeld van de Heilige Geest (Jh 7:37-39). Ruimte voor het Woord van God betekent ook ruimte voor de Geest. Woord en Geest werken altijd samen.

Als er greppels zijn gegraven, kunnen die met water worden gevuld tot redding van de koningen en hun legers en vee. Hoe meer geulen, hoe meer water. Zo zullen ze Moab kunnen verslaan. Wat moet er soms uit ons leven en de plaatselijke gemeente veel ‘aarde’ worden verwijderd, voordat het levende water van het Woord in onze levens en de plaatselijke gemeenten kan stromen.

Het graven vult de greppels niet met water. Het enige wat wij kunnen doen, is ruimte voor het water maken. Door een wonder van de HEERE zullen door het geloof waarmee de greppels zijn gegraven, deze greppels met water worden gevuld. Er zijn geen begeleidende, indrukwekkende tekenen, maar als hindernissen worden weggedaan, wordt de weg vrijgemaakt voor de zegen van God. Hij zal onze levens, als die in nederigheid worden geleefd, op wondere wijze met Zijn aanwezigheid vullen.

Het vullen van de greppels met water wordt gezien als een zaak die “gering in de ogen van de HEERE” is (2Kn 3:18). De genade van God gaat namelijk nog verder, want Hij zal Moab in hun macht geven. Als ons leven wordt geleefd in de kracht van Gods Woord en Gods Geest zal het resultaat zijn dat het vlees wordt overwonnen. De overwinning zal totaal zijn. God doet geen half werk.

Copyright information for DutKingComments