Ecclesiastes 2:18-19

18Ik haatte ook al mijn arbeid, dien ik bearbeid had onder de zon, dat ik dien zou achterlaten aan een mens, die na mij wezen zal.
 Ik haatte ook al Dat is, ik heb er een weerzin in gehad, te weten, lettende op de ijdelheid der rijkdommen en de vergadering der dingen, die men met zo grote moeite verkrijgt, en inzonderheid ten aanzien van de onzekerheid welken erfgenaam men hebben zal.
,
 mijn arbeid, Dat is, mijn goed, dat ik met mijn arbeid verkregen en samengebracht had.
,
 die na mij wezen zal Dat is, die mij in het rijk zal navolgen.
19Want wie weet, of hij wijs zal zijn, of dwaas? Evenwel zal hij heersen over al mijn arbeid, dien ik bearbeid heb en dien ik wijselijk beleid heb onder de zon. Dat is ook ijdelheid.
 wie weet, Rehabeam, de zoon en opvolger van Salomo, heeft door zijne dwaasheid en onvoorzichtigheid het grootste deel van zijn koninkrijk verloren; 1Ki 12 . Men kan enigermate uit dit vers afnemen dat Salomo wel gewerkt heeft, dat zich Rehabeam niet wel zou aanstellen in de regering van het rijk.
,
 over al mijn arbeid, Dat is, over al de goederen en voortreffelijke grote dingen, die ik met veel moeite verworven en vergaderd heb.
Copyright information for DutSVVA