Obadiah 1

1) gezicht

Zie Jes. 1:1.

Isa 1.1

2) Obadja.

Te onderscheiden van dien Obadja, die bij Achabs tijd geleefd heeft. Zie 1 Kon. 18:3, en onder Obad. 1:11.

1Ki 18.3 Ob 1.11

3) van Edom:

Of, tegen, tot.

4) Wij hebben een gerucht gehoord

Ik en andere profeten, mijne mededienaars. Hiervoor staat jer. 49:14: Ik heb, enz., alwaar een gelijke profetie over Edom verhaald wordt, bijkans met dezelfde woorden. Zie de aantekening aldaar en wijders Ezech. 25:12, enz. en Ezech. 35:2, enz., en Amos 1:11,12.

Jer 49.14 Eze 25.12 35.2 Am 1.11,12

5) hem ten strijde.

Idumea.

Copyright information for DutKant