2 Kings 2:15
De leerling-profeten
Er is een grote tegenstelling tussen Elisa en de leerling-profeten uit Jericho, die bij alles wat er is gebeurd op een afstand zijn blijven staan en daardoor geen ooggetuigen van de hemelvaart van Elia zijn geweest (2Kn 2:7; 15). De leerling-profeten, zowel in Bethel als in Jericho (2Kn 2:3; 5), zijn goed geïnformeerd over de ophanden zijnde gebeurtenis – wellicht door een profetische openbaring waarvan ook Elisa op de hoogte is gesteld. Zij hebben echter niet zoals Elisa met verlichte ogen aanschouwd hoe Elia in triomf naar de hemel is gevoerd. Alleen Elisa heeft geopende ogen gehad voor de opneming van Elia.De leerling-profeten zien echter wel wat anders. Ze merken bij Elisa de gevolgen op van wat hij heeft gezien. De opname van Elia straalt als het ware van hem af. Een dergelijk getuigenis zal ook van ons afstralen als mensen in ons de Geest van de Heer Jezus zien. Dat zal zo zijn als zij door ons doen en laten worden herinnerd aan Hem (Hd 4:13). Die Geest rust niet op de leerling-profeten uit Jericho. Zij hebben ook Elia niet naar de hemel zien gaan. Christenen die geen weet hebben van een verheerlijkte Heer, kunnen niet veel van Zijn Geest laten zien, die Geest Die van Hem getuigt.De leerling-profeten voelen dat Elisa om zo te zeggen geestelijk boven hen staat. Maar verder komen ze niet. Ze vragen niet hoe het komt dat de geest van Elia op hem rust en nog minder is er het verlangen diezelfde Geest te ontvangen. In plaats daarvan doen ze zoals Obadja heeft gedaan tegenover Elia en buigen zich voor hem neer (1Kn 18:7). Ze redeneren ook precies als Obadja, die bang was dat de Geest van de HEERE Elia plotseling naar een andere omgeving zou verplaatsen (1Kn 18:12). Ze menen dat de Geest Elia mogelijk “heeft opgenomen en op een van de bergen of in een van de dalen geworpen heeft”. Met hun vraag om Elia te mogen gaan zoeken tonen ze dat hun horizon beperkt blijft tot de aarde. Ze houden geen rekening met een werkelijke opneming in de hemel. Zo zijn er ook in onze dagen mensen die worden gekenmerkt enerzijds door godsdienstige verwarring en anderzijds door openlijke afgodendienst. Er zijn veel goedwillende belijders, die behoren tot de ‘profeten van de HEERE’ (1Kn 18:13), maar toch de aardse dingen bedenken. Helaas hebben zij – althans in de praktijk van het christelijke leven – geen oog voor een hemelse Christus (Fp 3:19-20; Ko 3:1-4). Elisa beantwoordt de vraag van de leerling-profeten met een duidelijk ‘nee’. Omdat ze hoe dan ook willen zoeken, stemt hij ten slotte toe. Uit hun zoekactie blijkt dat zij niets van de waarheid van de wegneming van Elia hebben begrepen. De actie door vijftig man van de leerling-profeten van Jericho is zowel overbodig als tevergeefs. Elia wordt niet gevonden, evenals Henoch in zijn dagen “niet werd gevonden, omdat God hem had weggenomen” (Hb 11:5). Mogelijk is er na de wegneming van Henoch ook een vergeefse zoektocht naar hem georganiseerd; de woorden ‘en hij werd niet gevonden’ kunnen hierop wijzen. Als ze onverrichter zake terugkeren, wijst Elisa hen zachtmoedig op hun ongeloof.
Copyright information for
DutKingComments