2 Kings 2:9
De vraag van Elisa
Als ze aan de andere kant van de Jordaan zijn gekomen, mag Elisa van Elia een wens doen. Elisa vraagt daarop twee delen van de geest van Elia. Hij vraagt daarmee om iets dat bij het eerstgeboorterecht hoort (Dt 21:17). Dit dubbele deel heeft hij hard nodig als een bevestiging van zijn dienst. Elisa begeert het gezag en de kracht van Elia om op te treden zoals Elia is opgetreden. Wat Elisa wil en waarnaar hij vraagt, is kracht, opdat hij een echte vertegenwoordiger van de afwezige Elia zal kunnen zijn. Voor ons is het de kracht van de Heilige Geest om Christus voor te stellen, Hem uit te leven (vgl. Lk 24:49).Elisa is zich ervan bewust dat hij de opvolger van Elia is, zijn erfgenaam – veel meer dan het geval is bij de leerling-profeten, die soms met naambelijders, soms ook met onwetende gelovigen vergeleken kunnen worden. Als wij hen al als erfgenamen van Elia mogen betitelen, dan is Elisa toch de ‘eerstgeboren zoon’ die recht heeft op een dubbel deel van de erfenis. Elisa claimt hier om zo te zeggen zijn eerstgeboorterecht, nadat Elia hem vlak voor zijn wegneming in de gelegenheid heeft gesteld om een wens te doen (2Kn 2:9a). Wat hier opvalt, is dat Elisa geen rijkdom, eer of macht wenst te erven, maar een dubbel deel van de geest van Elia. Zijn verzoek lijkt daardoor op de bede van Salomo, die bij het begin van zijn taak als koning evenmin rijkdom of macht begeert, maar een wijs en verstandig hart om Israël te kunnen besturen (1Kn 3:9; 12). Daarmee toont hij dat hij de juiste geestelijke instelling bezit. Het dubbele deel is ook tot uiting gekomen in zijn dienst: Elisa heeft ongeveer tweemaal zoveel wonderen gedaan als Elia. Elia vindt het niet vanzelfsprekend dat Elisa een dubbel deel van zijn geest erft. Hij beschouwt het als “een moeilijke zaak”, wellicht in het besef dat het een mens niet toekomt en het voor een mens zelfs onmogelijk is om aan anderen de Geest van God mee te delen. Elia weet niet of de wens van Elisa wel in vervulling kan gaan. Daarom legt hij deze zaak met de volgende woorden in Gods hand: “Als u mij zult zien als ik bij u vandaan weggenomen word, dan zal het u gebeuren, maar zo niet, dan zal het niet gebeuren.” Elia kan dat dubbele deel niet geven, maar God wel. Hij laat aan God over wat Hij zal doen. Elia maakt de vervulling van de wens van Elisa afhankelijk van het feit of Elisa ooggetuige van zijn wegneming zal zijn. De enige vraag is dan ook: Zal Elisa zijn oog op Elia richten? Zal hij de grote uitdaging van de naar de hemel gaande Elia aannemen en eenvoudig onafgebroken zijn oog op hem gericht houden wanneer hij zal heengaan? Het is de gezegende werkelijkheid om van zichzelf en alles af te zien en te zien op Christus (Hb 12:2). Als het oog van al het andere afziet en alleen op Hem gericht is, vinden we de kracht van de Heilige Geest in werking. Zo eenvoudig is dat. Petrus heeft dat ervaren toen hij op het water liep (Mt 14:29). Stéfanus heeft het ook ervaren (Hd 7:56), evenals Mozes (Hb 11:27).
Copyright information for
DutKingComments