Isaiah 53:7-12
Lijden, dood en begrafenis
Js 53:7 Het vierde gedeelte of couplet, de Js 53:7-9, beschrijft, net als het tweede gedeelte (Js 53:1-3), het lijden van de Knecht, maar voegt daar Zijn dood en begrafenis aan toe. Hij werd ”verdrukt”, dat wil zeggen zwaar geslagen en mishandeld zonder Hem iets te besparen. Het ziet ook op het aandrijven of voortjagen van slaven of dieren die met zware lasten zijn beladen (Ex 3:7; Jb 39:10). De Knecht was zo’n ‘lastdier’, maar Hij deed Zijn mond niet open, Hij boog Zich onder de last, Hij leed gewillig en liet het toe dat zij Hem mishandelden. Het lastdier van Bileam opende haar mond toen Bileam haar onterecht sloeg om haar aan te drijven (Nm 22:28; 2Pt 2:16). Jeremia vergelijkt zichzelf ook met een lam, maar hij hield zijn mond niet en riep om wraak (Jr 11:19; 20; Jr 12:1-4). Voor de Heer Jezus was de weg naar de slachtbank vele malen erger. Hij wist volmaakt waar Hij heenging, maar Hij deed Zijn mond niet open. Hij wist alles wat over Hem zou komen (Jh 13:1; Jh 18:4). Er staat twee keer in dit vers dat Hij Zijn mond niet opendeed, waardoor het belang van de vrijwillige overgave van Christus wordt onderstreept. Hij zweeg niet uit zwakte, alsof Hij niet wist wat Hij moest zeggen. Hij wist dat Hij met één woord al Zijn vijanden kon verdelgen (Jh 18:6). Hij zweeg niet uit machteloosheid, maar omdat Hij ervoor koos om te zwijgen. Het hoorde bij Zijn gehoorzaamheid tot de dood, ja, tot de kruisdood (Fp 2:8).Het ‘scheren’ ziet op het wegnemen van alles wat een mens waardig is. Hij protesteerde niet tegen de mensonwaardige en mensonterende behandeling die men Hem aandeed. Alles brengt Zijn vrijwillige volharding tot uitdrukking op een wijze waarin Hij uniek is. Niemand is met Hem te vergelijken. Het staat duidelijk in treffend contrast met het dwalen van de mens in het begin van Js 53:6. Js 53:8 Van de onrechtvaardige behandeling en het onrechtvaardige rechterlijke vonnis worden we direct verplaatst naar Golgotha. “Uit de angst en uit het gericht weggenomen” wil zeggen dat Hij ‘door een onderdrukkend / vernederend / onrechtvaardig rechterlijk oordeel’ werd weggenomen (Mt 26:66; Mt 27:22-31; Hd 8:33). Hij kreeg geen eerlijke berechting, maar werd door politieke samenzwering volkomen onterecht veroordeeld. Hij werd uit de ‘gerechtsverhandeling’ “weggenomen” en naar het kruis gebracht en daar in allerijl gekruisigd, opdat deze afschuwelijke misdaad nog voor de sabbat kon worden afgewerkt. In dit gedeelte gaat het erom dat niemand van Zijn tijdgenoten enig besef heeft gehad, laat staan erover heeft nagedacht, wat Christus heeft doorstaan. Hij is afgesneden uit het land van de levenden en daarmee was voor Zijn tijdgenoten alles voorbij. Het vers eindigt met de erkenning van de werkelijke oorzaak van Zijn lijden.“Wie zal Zijn leeftijd uitspreken” is niet nauwkeurig vertaald. Het Hebreeuwse woord dor betekent generatie (Gn 6:9). Beter is om te vertalen: ‘Wie zal Zijn generatie vermelden?’ De betekenis is dan: Wie zal Zijn koninklijke afkomst, Zijn rechten als Zoon van David (Mt 1:1), vermelden?De uitroep “om de overtreding van mijn volk is de plaag op Hem geweest”, komt niet alleen uit de mond van het gelovig overblijfsel van Israël, maar komt hier ook uit de mond van de God van Israël Zelf. Het woord “plaag” (vgl. Js 53:4) benadrukt dit nog eens, want de plaag is het onheil dat God Zelf gezonden heeft.De kamerling, die op weg is vanuit Jeruzalem terug naar zijn land, leest juist dit gedeelte als Filippus zich bij hem voegt (Hd 8:30-35). De kamerling vindt de verklaring van wat hij leest niet eenvoudig, maar toch heeft hij nagedacht over wat hij heeft gelezen. Hij begrijpt dat het lam waarover hij leest, Iemand, een Persoon, moet zijn. Zijn vraag daarover is voor Filippus een prachtige aanleiding om hem “Jezus” te verkondigen. Js 53:9 Dit vierde gedeelte (Js 53:7-9), dat het karakter van het lijden van de Knecht en de manier waarop Hij is gedood, heeft beschreven, besluit met de vermelding van Zijn begrafenis. Het eerste deel van het vers geeft de bedoeling van de zondaars weer die Hem in de anonimiteit wilden laten verdwijnen, door Hem samen met de twee rovers die met Hem waren gekruisigd in een soort massagraf te begraven. Maar God had het anders bepaald en zorgde voor een passende omgeving. Daarom stond de Romeinse overheid toe dat Zijn lichaam begraven werd door en in het graf van “een rijk man”, Jozef van Arimathéa (Mt 27:57). Normaal gesproken wordt een graf meerdere keren gebruikt om het dode lichaam tot ontbinding te laten gaan om het daarna in ossuarium (beenderenkist) te bewaren. Alleen een heel rijk mens kan zich laten begraven in een nieuw graf. Het was een graf “waarin nog nooit iemand was gelegd” (Lk 23:53b). Hij Die uit een maagdelijke moederschoot kwam, kon alleen in een maagdelijk graf worden gelegd.Het woord “dood” is meervoud en geeft uitdrukking aan het gewelddadige karakter, om niet te zeggen de samengebalde natuur, de veelomvattendheid van Zijn dood. Het feit van Zijn volkomen vrij zijn van zonde – “geen zonde gedaan”, “geen bedrog … in Zijn mond” (1Pt 2:22) – maakte het gepast dat Hij een eerbare begrafenis zou hebben in plaats van in een moordenaarsgraf weggeworpen te worden, zoals Zijn vijanden dat in gedachten hadden. Hij kreeg dit eregraf met het oog op de opstanding. De opstanding komt in het volgende gedeelte aan de orde.Resultaten voor de Knecht
Js 53:10 Het laatste deel van het hoofdstuk en tevens het laatste couplet geeft een drievoudig getuigenis betreffende de ervaringen van Zijn ziel. Wij worden in het binnenst heiligdom van Zijn Wezen gebracht. Tot hiertoe hebben we vooral de menselijke en uiterlijke zijde van het lijden van de Knecht gezien. Nu komt de Goddelijke zijde daarvan. Js 53:10 en Js 53:12 spreken van de handelingen van de HEERE met Hem, in rechterlijke zin met het oog op Zijn dood en in compenserende zin met het oog op de beloning. Js 53:11 spreekt van het resultaat van Zijn offer tot Zijn eigen voldoening en de rechtvaardigende genade die Hij anderen toedeelt. Het overblijfsel moet de les leren dat het kruis twee zijden kent. De eerste zijde hebben we uitvoerig gezien, dat is de zijde van de mens. Daarin is de mens in het algemeen en zijn de Joden in het bijzonder verantwoordelijk voor de kruisiging van de Heer Jezus. Dit moet doordringen tot het hart en geweten van het overblijfsel, wat ten volle zal gebeuren als zij Hem zien Die zij doorstoken hebben (Zc 12:10-14). De andere zijde is de zijde van God. God heeft dit lijden willen gebruiken voor een hoger doel (vgl. Gn 45:5; Hd 2:23). Willen wij net als het overblijfsel begrijpen hoe God zondaars kan rechtvaardigen, dan moeten we Gods zijde van het lijden van de Knecht begrijpen. Dan alleen kunnen we vrede met God hebben en ervaren.De vermelding “het behaagde de HEERE Hem te verbrijzelen”, spreekt van het vaste voornemen van de HEERE om de zonde van de mens te gebruiken voor de handelingen van Zijn genade. Dat doet Hij door het verzoenend lijden toe te voegen aan het lijden van de zondeloze Knecht aan het kruis. Het behagen van de HEERE ligt in het feit dat door de verbrijzeling van Zijn Zoon Zijn welbehagen “voorspoedig” zal kunnen voortgaan. Het vers begint en eindigt ermee. Dit ‘behagen’ gaat over het door het oordeel wegnemen van de zonden die waren gelegd op Hem, Die Zelf zonder zonde was. Het gaat over een volle genoegdoening ten aanzien van de eisen van de heilige en rechtvaardige God met betrekking tot de schuld die de zonde heeft teweeggebracht. Die volle genoegdoening is Hem gegeven door het ware Schuldoffer voor de zonde (Js 53:10), Die de schuld van mensen kan boeten.“Verbrijzelen” is het vreselijke, vernietigende oordeel over Hem brengen. Hij stierf niet alleen door wat mensen Hem aandeden, maar door wat de HEERE Hem aandeed. Het zou zo gelezen kunnen worden: Het behaagde de HEERE de verbrijzeling van Zijn Christus niet aan mensen over te laten, maar die Zelf uit te voeren. “Hij heeft [Hem] ziek gemaakt” is de aanduiding voor al de smarten van het verzoenend kruislijden.Het stellen van Zijn ziel tot een schuldoffer wil zeggen dat Hij Zichzelf, Zijn hele Wezen, als slachtoffer aan God offerde om de zondaar van zijn schuld te reinigen. Het schuldoffer werd gebracht met het oog op de eisen van Gods gerechtigheid, om daaraan te voldoen. Dit is de eerste vermelding met betrekking tot Zijn ziel. Deze vrijwillige handeling van het overgeven van Zijn leven, een leven dat God ongeëvenaard verheugde, om aan Gods rechtvaardige eisen met het oog op de schuld van de mens te voldoen, heeft meerdere resultaten. Het zijn resultaten die Christus zal zien in de opstanding. 1. Hij zal nakomelingen of zaad zien (Ps 22:31). Dit is waar de Israëliet naar uitzag als een grote zegen (Gn 48:11; Ps 128:6). Het leek alsof Christus was gestorven. Hier hebben we echter een aanduiding van de grote vreugde van Christus als Hij de ontelbare menigte ziet van Zijn geestelijk nageslacht onder Joden en heidenen (Jh 12:24; Hb 2:13b). 2. Hij zal de dagen verlengen of een lang leven hebben. Dit is een andere zegen die de Israëliet bijzonder op prijs stelde (Ps 91:16; Sp 3:2; 16). Hier echter is het een verwijzing naar het eindeloze opstandingsleven van de Heer (Op 1:18).3. De voorgenomen raadsbesluiten zullen hun vreugdevolle verwerkelijking hebben. “Door Zijn hand” verwijst naar Zijn werk als Voorspraak en Hogepriester en ook naar de uitoefening van Zijn gezag en kracht in Zijn koninkrijk. Het is het welbehagen van de HEERE om Zijn schepselen te zegenen. Dat vindt nu zijn vervulling door Christus.4. Js 53:11 Al de heerlijkheid die volgt, wordt door Hem gezien als het resultaat van Zijn moeitevolle inspanning of lijden, een heerlijkheid die nooit van voor Zijn aandacht zal verdwijnen als volkomen noodzakelijk en volkomen voldoende om Zijn hart te verzadigen in de verlossing van hen die Zijn eigendom zijn geworden.5. “De moeitevolle [inspanning] van Zijn ziel” ziet op alles wat Hij innerlijk heeft geleden tot op de bodem van Zijn hart, alle strijd en lijden die zich, onttrokken aan het oog van de mens, in Hem hebben afgespeeld. Op grond daarvan zal Hij “het” zien, dat is het licht van de opstanding, na de duisternis van en Zijn dood aan het kruis. Hij zal het zien en “verzadigd worden” (Ps 17:15). 6. Er kon geen rechtvaardiging zijn van anderen, geen toerekening van gerechtigheid, als Hij niet volmaakt rechtvaardig was, want alleen daardoor kon Hij Zichzelf gewillig als zoenoffer geven. “Door de kennis van Hem” kan betekenen ‘door de kennis aangaande of over Hem’ (objectief) of ‘door de kennis die Hem eigen is’, de kennis die Hij Zelf heeft (subjectief). De tweede betekenis heeft onze voorkeur. Het hele gedeelte gaat immers over Hem en Zijn voortreffelijkheden.7. De betekenis van “rechtvaardig maken” kan ook zijn: zal Hij velen onderwijzen in de gerechtigheid. Door het onderwijs dat Hij geeft, is er geestelijke groei. Die geestelijke groei blijkt uit een steeds meer gelijkvormig worden aan Hem. Hij maakt allen tot rechtvaardigen die door Hem tot God komen, wat alleen kan door wat volgt: dat Hij hun ongerechtigheden zal dragen. Weer worden we teruggevoerd naar het kruis. Samengevat vinden we in dit laatste punt twee aspecten van het werk van de Heer. Ten eerste heeft Hij in Zijn leven velen onderwezen in de gerechtigheid, zoals in de bergrede (Mattheüs 5-7). Ten tweede heeft Hij in Zijn sterven de ongerechtigheden van hen die geloven op Zich genomen en weggedragen.Js 53:12 Er is nog een heerlijk gevolg van Zijn offerdood. Wat nu volgt, lijkt op de triomftocht van de Romeinen na een behaalde overwinning. Nadat het werk van de Knecht volbracht is, wordt nu opgesomd wat Hij gedaan heeft. Wat er staat over Zijn deel, kan op twee manieren worden vertaald: De HEERE zal Hem een deel geven onder velen; of: Hij ontvangt de velen als een erfdeel: Hij zal de machtigen als een buit verdelen, of beter: Hij zal met machtigen, dat zijn allen die met Hem verbonden zijn, de buit delen. Bij “de buit” kunnen we denken aan de hele schepping. En weer worden we geleid naar de reden daarvan, dat is Zijn verzoenend offer. De vestiging van Zijn soevereine macht op aarde zal rusten op Zijn volbrachte werk. Al de toekomstige heerlijkheid is een uitvloeisel van en beloning voor wat in vier onderdelen wordt beschreven. Hij 1. heeft Zijn ziel of menselijke leven – dit is de derde vermelding van Zijn ‘ziel’ – uitgegoten in de dood (Jh 10:17; Jh 19:30), 2. is onder de overtreders geteld (Lk 22:37), 3. heeft de zonden van velen gedragen (Hb 9:28) en 4. heeft voor de overtreders gebeden (Lk 23:34a). De laatste twee onderdelen worden in contrast met de eerste twee geplaatst. De eerste twee onderdelen verwijzen naar de onrechtvaardige mening van hen die Hem veroordeelden en Hem overleverden om gedood te worden. Zij waren zich er niet van bewust dat Hij, in wat Hij leed aan het kruis, de Drager van de zonden “van velen” – dat houdt in: niet van alle mensen, maar alleen van de gelovigen – was. Het laatste onderdeel verwijst speciaal naar Zijn voorbede voor de overtreders, terwijl Hij aan het kruis hing (Lk 23:34a). Zo bereiken de details van deze profetie in dit hoofdstuk in de laatste drie verzen hun hoogtepunt. Jesaja heeft zelf niet de reikwijdte van zijn profetie begrepen (1Pt 1:10). Maar de Geest van Christus heeft hem tot grote hoogten gebracht door hem zeer gedetailleerd het werk van de Knecht, dat Hij plaatsvervangend als Schuldoffer voor anderen verrichtte, te laten schilderen. Het hoofdstuk eindigt met het kruis en de voorbede van de Heer Jezus, want dat zal tot in eeuwigheid voor onze aandacht staan als de oorsprong van alle zegen.
Copyright information for
DutKingComments