‏ Nahum 3:18-19

De leiders gedood, het volk verstrooid

De Na 3:18-19 zijn direct gericht tot de “koning van Assyrië”. Hij is de ziel van het kwaad van Ninevé. In hem is alle kwaad samengebald en hij is de uitvoerder ervan. Tegen hem wordt gezegd dat ook de samenhang van de adellijke klasse – de “herders” of heersers en de “machtigen” – instort. Hun lot wordt met ironische dubbelzinnigheid door Nahum beschreven. “Sluimeren” heeft de betekenis van doodsslaap (vgl. Ps 76:6; Js 56:10; Jr 51:39) en niet van zorgeloosheid of onoplettendheid.

De herders van de koning van Assyrië hebben alleen zichzelf geweid. Zij hebben de kudde, het Assyrische volk, in het kwaad geleid en verstrooid. De bergen in het noorden van Assyrië zullen vervuld zijn van verstrooide bewoners (vgl. Nm 27:17; 1Kn 22:17; Zc 13:7). “Dan zal hij tot zijn einde komen, en geen helper hebben” (Dn 11:45).

Ninevé is onherstelbaar verwoest

Het boek eindigt (vgl. Na 1:15) met de reactie van hen die van deze gebeurtenissen horen. Ongeveer een halve eeuw na de profetie van Nahum is zijn profetie in vervulling gegaan. De stad is in 612 v.Chr. gevallen en verwoest door het bondgenootschap van Meden en Babyloniërs. Er zal vreugde over de verwoesting van Ninevé zijn bij allen die van haar te lijden hebben gehad. En wie heeft er niet van haar te lijden gehad? Maar dat zal nooit meer gebeuren, want het “kwaad” dat “voortdurend” over iedereen heen is gekomen, is beëindigd.

Copyright information for DutKingComments