‏ 1 Kings 16:28-34

Omri koning over Israël

Omri is niet direct vorst over heel Israël. Er is een deel van Israël dat Tibni volgt, mogelijk een vreedzaam man. Omri is de sterkste, dat wil zeggen heeft letterlijk de langste adem. Tibni is waarschijnlijk een natuurlijke dood gestorven. Als hij gestorven is, is het volk dat Tibni volgt zonder leider en moet zich onderwerpen aan Omri en het volk dat voor hem heeft gekozen. Omri wordt koning. Hij bouwt de stad Samaria en vestigt zich daar.

Met Omri breekt een periode aan die naar een nog erger dieptepunt voert. Van hem staat dat hij het erger maakt dan allen die voor hem geweest zijn (1Kn 16:25). Hij heeft de afgoderij niet alleen gehandhaafd, maar die bevólen. Hij heeft er inzettingen voor het hele volk aan verbonden en daardoor de afgoderij verplicht gesteld voor het hele volk (Mi 6:16a). Het is precies wat we in het zendschrijven aan de gemeente in Thyatira vinden (Op 2:20), waar profetisch van de rooms-katholieke kerk sprake is, die ook haar inzettingen aan het volk oplegt.

Achab wordt koning over Israël

Na de dood van Omri wordt zijn zoon Achab koning. De met Omri ingezette periode ontwikkelt zich met spoed in nog erger richting. Achab is nog slechter dan zijn vader. Hij voert het volk naar een absoluut dieptepunt in zijn geschiedenis. De zonde van Jerobeam verbleekt bij wat deze man presteert door wat hij invoert te midden van het volk van God. Hij trouwt met de regelrechte afgodendienares Izebel. Die vrouw staat er garant voor dat vanaf dat ogenblik de Baäl de officiële god van Israël wordt. Achab bouwt een huis en een altaar voor de Baäl. Wat een afschuwelijke belediging voor de God van Israël. Dit is erger dan alles wat er voordien is gebeurd.

Jericho herbouwd

De regering van Achab over Israël, of misschien beter de regering van Izebel over Israël, is mogelijk omdat koning en volk Gods Woord aan de kant hebben geschoven. Het laatste vers van dit hoofdstuk maakt dat duidelijk. Iemand uit Bethel (= huis van God), Hiël (= God leeft), is zo vermetel om het vijf eeuwen tevoren door God uitgesproken woord te trotseren en Jericho te herbouwen als een vestingstad (Jz 6:26). De stad zelf is al langer weer bewoond.

De mens mag dan wel vergeten zijn wat God heeft gezegd, God vergeet niet wat Hij heeft gezegd. Hij doet wat Hij heeft gezegd. Als de man de fundamenten van Jericho heeft gelegd, sterft zijn oudste zoon. Er gaat echter geen lampje bij hem branden. Noest werkt hij verder aan de uitvoering van de vloek. Als hij de poorten heeft opgericht, sterft ook zijn jongste zoon. Nog steeds is er geen herinnering aan wat God eens heeft gezegd. Voor ieder die trouw wil zijn aan Gods Woord, ligt in wat hier gebeurt een waarschuwing en een bemoediging: God maakt Zijn Woord waar, zowel in oordeel als in zegen.

De vijf koningen van dit hoofdstuk laten een neergaande lijn zien. De oorzaak is het vergeten van God, het geen rekening houden met wat Hij heeft gezegd.

Copyright information for DutKingComments