1 Kings 18:20-46
Heel het volk en Elia op de Karmel
Dat Elia de meerdere is, blijkt uit de bevelen die hij Achab geeft. En Achab gehoorzaamt. Elia gebiedt dat heel Israël wordt bijeengeroepen en ook de valse profeten van de Baäl, de mensen die de valse leer van de Baäl verkondigen. Ook de vierhonderd profeten, die hun voedsel van Izebel krijgen, moeten komen. De plaats van handeling wordt ook door Elia bepaald: de berg Karmel. Dit is de meest geschikte plaats voor het treffen tussen de God van Israël en de afgoden van de Sidoniërs. De berg Karmel ligt namelijk tussen Israël en Fenicië waarin Tyrus en Sidon liggen. Dan komen alle Israëlieten en de profeten op de berg Karmel bijeen. Tegenover deze menigte staat daar de eenling Elia. Van de zevenduizend die de knie niet voor de Baäl hebben gebogen, is niets te bekennen. Ook Obadja komt niet naast hem staan. Hoewel Elia alleen is en tegenover de massa staat, ziet hij toch ook heel het volk en heeft het lief. Hij draagt het op zijn hart. Als heel Israël en de profeten zich bij Elia hebben verzameld, heeft hij eerst een woord voor het volk. Indringend vraagt hij hun wanneer ze nu eens een keus zullen maken. Maar het volk zwijgt. Ze wachten af. Deze apathie is vreselijk. Het doet denken aan de lauwheid die in de gemeente in Laodicéa heerst (Op 3:16).Elia bepaalt de test
Dan gaat Elia tot handelen over. Hij neemt het initiatief en legt ‘de spelregels’ uit voor de confrontatie tussen God en de Baäl. De profeten van de Baäl mogen eerst kiezen uit de twee stieren en het eerst hun offer brengen. Zij krijgen ook de meeste tijd om tot hun god te roepen. Elia geeft hun in alles het voordeel. Hij kan dat alleen doen omdat hij volledig op God vertrouwt. Hij kent de uitkomst niet, maar toch ook wel, omdat hij Gods wil kent. Dat brengt hem tot het geloof om dit getuigenis te geven. De Baäl is de god van het weer en daardoor ook van de regen. Hij moet ertoe worden bewogen weer regen te geven. Vuur uit de hemel op het offer moet duidelijk maken Wie God is. Elia kent de geschiedenis van het vuur op het offer. Hij kent de geschiedenis van Abraham waar het vuur uit de hemel komt (Gn 19:24). Hij weet ook van het vuur op het altaar en het vuur in oordeel op Nadab en Abihu (Lv 9:24; Lv 10:1-2). Hij kent het vuur van de zegen als het vuur het onschuldige offer treft en het volk vrijuit kan gaan. Elia heeft het vuur uit de hemel laten komen over vijanden (2Kn 1:10-14), maar doet het niet over het volk. Hij heeft het volk lief. Het vuur komt dan ook niet op het volk, maar treft het offer, zoals dadelijk blijkt.Baäl wordt aangeroepen
De profeten van de Baäl maken alles gereed op de wijze die Elia heeft aangegeven. Dan barst het spektakel los. Indrukwekkend moet dat zijn geweest. Achthonderdvijftig profeten is heel veel. Op een afstand staat de eenzame Elia. Iets verder staat de massa van het volk, nog steeds zwijgend. Het maakt hen nog niet uit van wie de regen komt, van de Baäl of van God. Elia zwijgt niet. Als de profeten al een hele tijd zonder enig resultaat bezig zijn om hun god tot enige actie te bewegen, begint Elia met bijtende spot hun dwaze pogingen belachelijk te maken. De profeten van God hebben altijd gespot met de afgoden (Js 44:12-20). Elia maakt hun god belachelijk door te veronderstellen dat hij in gepeins verzonken is. Hij is een god die geen twee dingen tegelijk kan doen. Het kan ook zijn dat hij zich heeft afgezonderd, dat wil zeggen dat hij op het toilet is om zijn behoefte te doen en dan kan hij hen natuurlijk niet horen. Dat kan hij ook niet als hij op reis is, want hij is een zeer beperkte god met slechts een klein gebied als zijn terrein. Daartegenover is de God van Elia, onze God, de almachtige God, de God van het heelal, Die hemel en aarde geschapen heeft en alles in stand houdt. Hij is ook de alomtegenwoordige God, Die overal aanwezig is, en de alwetende God, Die bij alles betrokken is en Wie niets ontgaat.Naar hun heidense gewoonten snijden de profeten zichzelf om het medelijden van hun god op te wekken. Wat een god die met zulke handelingen tot actie zou moeten worden gebracht! Maar al het geploeter en alle zelfkastijding van de profeten worden met volkomen stilzwijgen van de kant van de Baäl beantwoord. Natuurlijk blijft de Baäl dood, want er is maar één levende God. Wat een afgang voor de profeten van de Baäl. Zo gaan ze door tot de tijd van het graanoffer ofwel het avondgraanoffer. Het hele hoofdstuk licht hier op tegen de achtergrond van het kruis. Het is het negende uur. Op dat uur stierf Christus als het ware graanoffer en brandoffer op het kruis. Het is het ogenblik dat Daniël antwoord krijgt op zijn gebed, evenals Ezra, en evenals Cornelius, de eerste bekeerling uit de heidenen (Dn 9:21; Ea 9:4-5; Hd 10:3). Als de goden zwijgen en het volk zwijgt, antwoordt de God van Elia.Elia maakt het offer klaar
Dan is het de beurt van Elia. Hij beveelt het volk naar voren te komen, bij hem. Hij leidt de aandacht van de Baäl af om die op zichzelf en vervolgens op de HEERE te richten. Ze komen. Ze moeten goed zien dat hij het altaar van de HEERE, dat omver gehaald is, herstelt. Hij bouwt geen nieuw, ander altaar. Ook vernieuwt hij het oude altaar niet. Hij herbouwt het altaar van twaalf stenen naar “het getal van de stammen van de zonen van Jakob”, die door Gods genade tot “Israël” is gemaakt. ‘Jakob’ is de naam van zwakheid en falen. Op grond daarvan zou er oordeel moeten komen. Maar de HEERE heeft hem de naam ‘Israël’ gegeven. Dat is wat God van hem heeft gemaakt en dan is er zegen.Met het herstel van het altaar geeft Elia uitdrukking aan de eenheid van het volk van God. Dat doet hij als eenling, de man Gods, maar wel “in de Naam van de HEERE”. Hij belijdt daarmee Zijn gezag. Het gezag van die Naam is ook nu nog de grondslag om de eenheid van de gemeente zichtbaar te maken, al zijn we maar met enkelen (Mt 18:20). Het komt aan op persoonlijke trouw in de erkenning van het gezag van de Naam van de Heer Jezus. Hij richt het altaar verder in voor het doel waarvoor hij het bouwt: dat God Zichzelf erdoor zal verheerlijken. Hij legt hout op het altaar. Daarna slacht hij de jonge stier van de tweede keus. Vervolgens geeft hij opdracht water over het altaar uit te gieten. Dat gebeurt door middel van in totaal twaalf kruiken water, wat ook weer herinnert aan de twaalf stammen. Hij doet dat in drie keer, zoals hij zich ook drie keer over de jongen heeft uitgestrekt (1Kn 17:21). Alleen God kan leven uit de dood geven, waarvan het getal drie ook spreekt. Met deze handelwijze voorkomt Elia elke verdachtmaking dat hij toch nog de een of andere truc zou hebben gebruikt om het vuur over het offer te brengen. Elk menselijk ingrijpen wordt uitgeschakeld. Praktisch gezien zal hij het water uit een bron in de buurt hebben laten halen. Geestelijk gezien zien we dat een man Gods altijd verborgen bronnen heeft.Elia roept tot God en God antwoordt
Dan richt hij, die nadrukkelijk “de profeet Elia” wordt genoemd, zich tot God. Hij doet dat zonder show zoals de profeten van de Baäl, maar kort, eenvoudig, indringend, vooral vertrouwend en met het oog op de terugkeer van het volk naar God. De hele kracht van God is in deze ene man geconcentreerd. Hij richt zich tot de “HEERE, de God van” – de beloften aan – “Abraham, Izak en Israël”. Als alles is verspeeld, kan er alleen nog maar een beroep worden gedaan op de God van de beloften. We zien ook dat Elia spreekt over God als de “God van … Israël”, dat is weer wat God van Jakob heeft gemaakt en niet wat Jakob in zichzelf is.Elia spreekt niet over de HEERE ‘mijn’ God. Dat doet hij wel in zijn persoonlijk gebed. Hier is het een openbaar gebed en bidt hij dat God Zich als de God van Zijn volk Israël bekend zal maken. Tevens bidt hij voor zichzelf dat duidelijk zal worden dat hij met Hem verbonden is en handelt in Zijn opdracht en die opdracht uitvoert zoals Hij hem heeft gezegd. Hij bidt op de tijd dat men het avondoffer brengt. Dat is een prachtig ogenblik. Het is het tijdstip waarop later de Heer Jezus zal sterven op het kruis als de grondslag voor de eenheid van Gods volk. Op grond van dat offer verhoort God gebeden. Het is het uur dat de Heer Jezus ook riep, maar geen antwoord kreeg. God neemt het offer van Elia aan en het volk erkent dat de HEERE God is. Elia bidt dat duidelijk zal worden dat God hun hart tot inkeer heeft gebracht. Herstel begint met hen die geloof hebben en in de stilte en in het openbaar hebben gebeden. Dan valt het vuur op het brandoffer. Een brandoffer wordt gebracht opdat de mens die het brengt voor God aangenaam zal zijn (Lv 1:9; 13; 17), niet op grond van wat de mens in zichzelf is, maar op grond van het welgevallen dat God in het offer heeft. Wij mogen weten dat wij aangenaam zijn voor God omdat Hij ons ziet in de Geliefde (Ef 1:6). Het gevolg is niet alleen dat het volk gespaard blijft, dat het oordeel aan hen voorbijgaat, maar dat het hart van het volk naar God terugkeert en het weer op God vertrouwt. Het gevolg is ook dat het hart van God weer naar dit volk is gekeerd en naar hen uitgaat. Dat zien we als we kijken naar het brandoffer dat de Heer Jezus op het kruis was voor God. Dat brandoffer brengt Elia. Het vuur verteert alles. Als het volk dat ziet, valt het neer en belijdt luid dat de HEERE God is. Het is van belang dat dit ook bij ons zo is. Dat zal blijken uit een radicaal wegdoen van alle elementen die de plaats van God hebben ingenomen. Uit ons leven moet alles worden weggedaan wat die belijdenis in de weg staat of er niet mee in overeenstemming is. Elia is radicaal. Het lijkt hard, maar het gaat om de heiligheid van God. De eerste opdracht voor dit teruggekeerde volk is de profeten van de Baäl om te brengen. Niemand mag ontkomen. Zo moet er worden gehandeld. Zo moet er ook onbarmhartig worden gehandeld met mensen die een dwaalleer brengen. Dat gebeurt in onze tijd niet door hen te doden, maar door elke gemeenschap met hen te verbreken en te weigeren. Hun woord gaat voort als de kanker en met kanker kun je geen geduld hebben (vgl. Dt 13:5; 9-11; Dt 18:20). De slachting gebeurt bij de beek Kison, waar eens de Kanaänieten gedood werden (Ri 4:7; 13; Ri 5:21; Ps 83:10).De regen komt
Na het vuur komt nu de regen. Achab is de eerste tegen wie wordt gezegd dat er regen in aantocht is. Over hem is niet gesproken tijdens het hele gebeuren op de Karmel. Hij heeft het hele schouwspel gevolgd. Hij heeft er de hele tijd zwijgend bij gestaan. Elia heeft niet tot hem gesproken, maar richt nu het woord tot hem. Hij geeft Achab de opdracht naar huis te gaan om te eten en te drinken; dat is immers het enige waarin hij geïnteresseerd is. Hij hoeft ook niet aanwezig te zijn bij de uitwerking van het gebed van Elia om regen. Als Achab, de leider van Gods volk, op weg is naar zijn felbegeerde maaltijd, gaat de man Gods, de liefhebber van Gods volk, de berg op om te bidden. Elia heeft gebeden dat het niet zal regenen tenzij op zijn woord (1Kn 17:1). Die tijd is nu gekomen. God heeft gezegd dat Hij weer regen zal geven (1Kn 18:1). Dat gelooft Elia ook, hij hoort al het geruis ervan (1Kn 18:41). We zouden kunnen zeggen dat Elia dus niet hoefde te bidden. Maar zo praat de man Gods niet. Hij weet dat God gebeden wil zijn en dat God het gebed van Zijn dienaar wil gebruiken om regen en zegen te geven. Hoewel Hij het heeft aangekondigd, geeft Hij het op grond van het gebed en in verbinding met het offer. Het is zelfs zo, dat Elia zeven keer moet bidden. Een kort gebed in de openbaarheid heeft voldaan om vuur uit de hemel te laten neerdalen. In de verborgenheid is een zevenvoudig gebed nodig om de regen te laten komen. Het gaat niet alleen om gebed, maar om aanhoudend en gelovig gebed. Daar is geestelijke oefening aan verbonden. Elia maakt ook gebruik van zijn knecht. Hij geeft hem een mooie taak. De knecht mag uitzien naar de verhoring van het gebed. Hij mag gaan kijken naar het westen, over de zee, of er al wolken komen. Elke keer gehoorzaamt hij en wordt zo ook geoefend. God vervult Zijn beloften graag als antwoord op de gebeden van de Zijnen. Zo komt er weer regen en zegen over het volk van God. We mogen bidden om regen. Regen is de regen van de hemel en stelt de werkzaamheid van de Geest in het onderwijs van Gods Woord voor (Dt 32:2). In Egypte is ook water, maar dat wordt door menselijke inspanning over het land gebracht (Dt 11:10). Wij verlangen naar de regen van de hemel, de leer uit de hemelse bron. Wij mogen een plaats hebben rondom het altaar van twaalf stenen, maar wij mogen ook de leer ontvangen die drupt als de regen. Daar moeten we ook voor bidden en uitzien naar de verhoring. Velen willen wel met Achab eten en drinken, maar slechts zo weinigen willen met Elia bidden. Het begint met een wolkje als de hand van een man, maar wat uitgroeit tot een hemel vol wolken met regen.Elia laat Achab gebieden snel te zijn, want anders zal de grond zo drassig zijn dat hij niet vooruitkomt. Terwijl Achab wegsnelt, is Elia nog sneller en snelt Achab vooruit. We kunnen veronderstellen dat hij door de kracht van de Geest tot deze prestatie in staat wordt gesteld. Het is een geestelijk enthousiasme vanwege Gods werk dat hij heeft mogen doen.Met dit optreden van Elia eindigt min of meer zijn openbare dienst. Hij treedt nog wel als profeet op, maar het eigenlijke doel van zijn zending is bereikt. Door zijn dienst is het volk, in elk geval in zijn belijdenis, teruggekeerd tot God.
Copyright information for
DutKingComments