‏ 1 Kings 2:29-46

Salomo handelt met Joab

Joab ziet dat hij geoordeeld zal worden en vlucht naar de tent van de HEERE. Daar neemt hij zijn toevlucht tot de horens van het altaar, zoals eerder Adonia deed (1Kn 1:50; vgl. Ex 21:13-14). Joab had niet het recht de horens te grijpen, want hij had niet per ongeluk iemand gedood. Of hij zich dat nog bewust is geweest, gezien de lange tijd die er verlopen is, is onduidelijk. Hij kan ook gevlucht zijn omdat hij Adonia heeft bijgestaan in zijn opstand en daarom voor straf vreesde.

Salomo weet dat het altaar als toevlucht niet bedoeld is voor moordenaars. Daarom laat hij Joab door Benaja doden. Zo wordt de goddeloze van de koning weggedaan en wordt zijn troon door gerechtigheid bevestigd (Sp 25:5). Als een troon door gerechtigheid wordt bevestigd, zal er eeuwige vrede zijn. In 1Kn 2:33 wijst Salomo daarop.

Een nieuwe generaal en een nieuwe priester

Benaja wordt nu openlijk als legeraanvoerder aangesteld in de plaats van Joab, die zich deze functie onwaardig heeft gedragen. De priester Zadok komt in de plaats van Abjathar (1Sm 2:35).

Salomo handelt met Simeï

Simeï krijgt de kans zijn beterschap te bewijzen door in Jeruzalem te komen wonen, in de nabijheid van Salomo. Hij krijgt aangegeven waar de grenzen van zijn bewegingsvrijheid liggen. Jeruzalem wordt zijn gevangenis. Hij stemt in met de voorwaarden. De taal die hij gebruikt, doet denken aan de instemming van het volk Israël met de voorwaarden voor het verkrijgen van de zegen van God (Ex 19:8). Het zal Simeï gaan als Israël, want evenmin als Israël houdt hij zich aan zijn belofte.

Simeï roept het oordeel over zichzelf af door de gedane toezegging niet na te komen. Hierin zien we de mens die zichzelf niet kent. Het kan lang duren, maar dan wordt openbaar wat er in zijn hart is. Simeï houdt zich aan de voorwaarden, totdat er twee slaven weglopen wat hem een persoonlijk verlies oplevert. Dat kan hij niet laten gaan. Daarvoor overschrijdt hij de grenzen die hem gesteld zijn en verbreekt hij de eed die hij daarover heeft afgelegd. Zijn weggelopen slaven zijn belangrijker dan zijn belofte aan Salomo om gehoorzaam te zijn.

Salomo hoort het en laat hem voor zich brengen. Hij herinnert hem aan de afspraak. Hij herinnert hem ook aan wat hij zijn vader David heeft aangedaan en dat hij dat bewust heeft gedaan. Salomo geeft Benaja bevel hem te doden. Het oordeel wordt snel voltrokken, zoals past voor een koning die in gerechtigheid regeert.

In wat Simeï doet, zien we het beginsel dat een mens wel de hele wereld kan winnen, maar zijn ziel daarbij kan inboeten (Mt 16:26). Wat heeft Simeï eraan dat hij zijn slaven terug heeft, terwijl het hem zijn leven kost? Mensen kunnen toegeven dat ze zondaars zijn, zonder er de juiste consequenties aan te verbinden. Tegenover dit ontrouwe gedrag staat de troon van David voor eeuwig.

Salomo wordt in het koningschap bevestigd als hij alle ergernissen uit zijn rijk heeft weggedaan (vlg. Mt 13:41-43). Zo zal de christen de vrede van God kennen en genieten als hij alles uit zijn leven verwijdert wat verhindert dat zijn leven door de Heer Jezus als de Vredevorst wordt geregeerd.

Copyright information for DutKingComments