Ezra 10:11-12
Ezra roept het volk tot belijdenis op
Naar de mens gesproken is Ezra bijna alleen. Maar God is met hem en zo gebeurt het dat allen die bij hem zijn gekomen, zweren dat ze zullen gehoorzamen (Ea 10:5). Dan reageert Ezra door op te staan uit zijn verootmoediging (Ea 10:6). Zijn droefheid duurt zolang de zonde blijft bestaan, omdat hij diep in zijn hart de oneer voelt die de Naam van God is aangedaan. Het geheim van geestelijke kracht is: alleen te zijn met God.Het werk van Gods Geest wordt ook openbaar in de handelwijze van het volk. Zij roepen alle ballingen op naar Jeruzalem te komen om te beraadslagen over de ontstane situatie (Ea 10:7). Tucht die door de geestelijke slapheid van het volk is verwaarloosd en nagelaten, wordt nu weer naar Gods gedachten uitgeoefend. Als nu zou worden geweigerd te luisteren naar Gods Woord, zou dat een hardheid van hart bewijzen en een eigenwillige geest, die onder zijn volksgenoten niet geduld mag worden (Ea 10:8).De oproep vindt gehoor. Alle mannen van Juda en Jeruzalem komen binnen de gestelde termijn in Jeruzalem (Ea 10:9). Daar verzamelen ze zich op het plein van het huis van God. Ze rillen zowel vanwege hun geweten en de pijn en het verdriet om ontstane bloedbanden te moeten verbreken als vanwege de vele regen. De hevige regen gaf hun een extra gevoel van het Goddelijk misnoegen over hun ontrouw.Ezra richt het woord tot het bijeengekomen volk (Ea 10:10). In zijn belijdenis in Ezra 9 heeft hij zich eengemaakt met de zonde van het volk. Daar spreekt hij tot God over “wij”. Dit is de gepaste houding ten opzichte van God. Als hij hier tot het volk spreekt, spreekt hij over “u”. Hier spreekt hij zo, omdat hij hun hart en geweten wil raken.Er is slechts één manier om de oprechtheid van een belijdenis te bewijzen en dat is door het kwaad weg te doen. Belijdenis alleen is niet voldoende, ze moeten zich ook onderwerpen aan Gods wil. Belijdenis zonder de zonde te oordelen is zelfbedrog. Zelfveroordeling en scheiding van het kwaad zijn nodig (Sp 28:13). Ze moeten de omgang met de volken van het land opgeven en de vreemde vrouwen wegzenden. Het tweede is een gevolg van het eerste, daarom moet in deze volgorde worden gehandeld. De wortel van het kwaad moet eerst worden geoordeeld. Het wegzenden van vrouwen en kinderen zal een aangrijpend gebeuren zijn geweest, dat met veel verdriet en smeken gepaard is gegaan. Echt berouw gaat altijd gepaard met verdriet en pijn over de zonde die is begaan.Het volk is bereid om te handelen
Zonder tegenspraak of onderhandeling om onder de gevolgen uit te komen of die te verzachten stemt het hele volk volledig in met wat is gezegd (Ea 10:12). Er is bereidheid om ten koste van alles met hun hele hart de beslissing van gehoorzaamheid aan Gods Woord waar te maken. Als het geweten enkele jaren eerder zo nauwgezet zou zijn geweest, wat zouden ze zichzelf dan een pijn en verdriet hebben bespaard.Nu het hart bereid is om te doen wat noodzakelijk is, is het ook belangrijk de feitelijke omstandigheden onder ogen te zien. Er blijken omstandigheden aanwezig te zijn die een onmiddellijk wegzenden in de weg staan (Ea 10:13). Ook is de overtreding te omvangrijk om in één dag weg te doen. God is geduldig en barmhartig en houdt rekening met wat in het hart is besloten. Hij weet dat de schuldigen geen uitvlucht zoeken, maar wensen te gehoorzamen. Wij moeten het geduld van Ezra tot voorbeeld nemen, opdat onze broeders die gezondigd hebben en daarover hun berouw hebben getoond, de moed niet verliezen. Het kwaad is te ernstig dan dat daar op een algemene wijze mee kan worden gehandeld, of lichtvaardig en snel. Elk geval moet zelfstandig en grondig worden geoordeeld.Het volk stelt voor dat de vorsten het wegzenden zullen begeleiden en stap voor stap zullen uitvoeren (Ea 10:14). Zij moeten tijden vaststellen waarop allen die uitheemse vrouwen bij zich hebben doen wonen, bij hen kunnen komen. Daarbij moeten dan ook de oudsten en rechters van de stad van herkomst aanwezig zijn. Oneerlijke behandeling moet geen kans krijgen. Elke schijn van partijdigheid moet worden vermeden. Alles moet controleerbaar zijn en vastgelegd worden, zodat latere aanspraken of bezwaren kunnen worden weerlegd. Als ze zo zullen handelen, zullen ze de brandende toorn van God die vanwege deze zaak op hen ligt, van zich afwenden. In Ea 10:15 worden vier namen genoemd van mannen die zich verzetten tegen de oefeningen van de gemeente. Hun namen zijn een waarschuwing voor allen. Paulus noemt ook enkele namen van tegenstanders van de waarheid om Timotheüs voor hen te waarschuwen (2Tm 2:17; 2Tm 4:14). De satan zal er altijd voor zorgen dat er tegenstand tegen een werk van God is, maar daaraan moet niet worden toegegeven.
Copyright information for
DutKingComments