Isaiah 19:18
De taal van Kanaän in Egypte
Hier lezen we dat er een tijd zal komen dat een bepaald aantal steden in Egypte “de taal van Kanaän” zal spreken, de taal van Gods volk. Als algemene uitleg en voorvervulling van dit vers wordt gegeven dat veel Joden naar Egypte zijn gegaan, toen de eerste tempel door de Babyloniërs was verwoest. Uit de geschiedschrijving is bekend dat veel Israëlieten in Egyptische steden woonden en daar synagogen bouwden en de wet van Mozes lazen en onderwezen. Omdat in de vroegchristelijke tijd Egypte sterk door het Jodendom beïnvloed was, verbreidde het christelijk geloof zich daar snel. Toen werd in Egypte “de taal van Kanaän” gesproken, wat betekent dat het geloof in de God van Israël ook cultureel en taalkundig in Egypte aanwezig was. Het betekent ook dat het spreken van de gelovig geworden Egyptenaren aangaf dat zij geestelijk veranderd waren. In laatste instantie slaat de profetie echter niet op de voorchristelijke tijd en ook niet op de christelijke tijd, maar ziet ze vooruit naar het duizendjarig vrederijk, wanneer Israëlieten en Egyptenaren samen de ene waarachtige God zullen erkennen. De stad met de naam “Stad van de zon” herinnert aan de aanbidding van de zon als afgod. In dit voormalige bolwerk van afgoderij wordt de HEERE als de levende en waarachtige God gediend. De Heer Jezus is “de Zon der gerechtigheid” (Ml 4:2).Er is wel een toepassing te maken voor ons en onze tijd. Met ‘de taal van Kanaän’ wordt niet een bepaald ‘jargon’ bedoeld, het gebruik van taal en woorden die alleen begrepen worden door beroepsgenoten. Nee, ‘de taal van Kanaän’ is een manier van spreken die de zuiverheid van de hemel ademt. Zodra iemand tot bekering komt en verlost wordt uit de wereld, waarvan Egypte een beeld is, spreekt hij een andere taal. Hij heeft een nieuwe ‘moedertaal’ met een eigen woordenschat, waarmee hij de heilige waarheden van de Schrift onder woorden kan brengen. De gelovige heeft een nieuwe woordenschat gekregen. Dit zijn woorden waar ‘Egypte’ niets van weet en ook geen woorden voor heeft. Het zijn gewone Nederlandse woorden, maar met een nieuwe betekenis. Er zijn ook veel woorden die hij vóór zijn bekering heeft gebruikt, maar die hij sinds zijn bekering niet meer zal en ook niet meer mag gebruiken. Hij wordt dan ook vermaand: “Laat er geen vuil woord uit uw mond komen, maar veeleer een dat goed is tot opbouwing waar dat nodig is, opdat het genade geeft aan hen die horen” (Ef 4:29; vgl. Ef 5:3-4). Zijn taal maakt duidelijk bij welk ‘land’ hij hoort.
Copyright information for
DutKingComments