‏ Jeremiah 23:11-21

Veroordeling van de valse profeten

Met Jr 23:9 begint een ander onderwerp, dat toch aansluit op het vorige. Het vorige gedeelte handelt hoofdzakelijk over ontrouwe koningen, maar eindigt met de aankondiging van de Messias, de trouwe Koning. Jeremia is de trouwe profeet die zowel het oordeel als de uiteindelijke zegen voor het volk aankondigt. Het gedeelte dat nu volgt, gaat over de valse profeten.

Jeremia spreekt meer dan enige andere profeet over hen. Als hij aan hen denkt, voelt hij vanbinnen een enorme pijn. Hij wordt er ziek en misselijk van en voelt zich als een dronkeman, iemand die heen en weer slingert en niet meer helder kan denken. Dit gevoel wordt veroorzaakt door wat hij waarneemt en dat ziet in het licht van de HEERE en “Zijn heilige woorden”.

Het verschil tussen de woorden van de valse profeten en de heilige woorden van de HEERE is enorm. Het is niet slechts een feitelijke constatering, maar een situatie waardoor hij wordt verslagen. De overtredingen van de valse profeten zijn veel en groot. Na de goddeloze koningen zijn het vooral de profeten die verantwoordelijk zijn voor de verwoesting van de natie.

Wie de Heer en Zijn Woord liefheeft, zal dat ook ervaren. Alles wat tegen Hem en Zijn Woord ingaat, veroorzaakt pijn en verdriet. Het betreft dan hen die zich aanmatigen in de Naam van de Heer Zijn woorden te spreken. Dit is voor de Godvrezende ziel niet te verdragen. Als je het opmerkt, word je er diep door geraakt en ben je soms zo van slag, dat je enige tijd niet in staat bent om nog iets voor de Heer te doen.

De resultaten van wat valse profeten spreken, liegen er niet om: “Het land is vol overspelers” (Jr 23:10). Het eerste waaraan een leugengeest herkend wordt, is ontrouw in het huwelijk. Leugenprofeten brengen een vloek over het land, waardoor de weiden van de woestijn verdorren en er geen voedsel voor de schapen is. Deze profeten jagen niet het goede, maar het slechte na. Ze zetten hun kracht niet in voor Gods volk, maar voor zichzelf. Energie die niet juist gebruikt wordt, is verspilde energie.

Niet alleen Gods volk moet het ontgelden, ook de HEERE ontkomt niet aan hun goddeloze gedrag. De valse profeet heeft in de ontrouwe priester een compagnon in het kwaad. Zowel profeet als priester pleegt heiligschennis, waarbij ze ook Gods huis niet ontzien (Jr 23:11). Niets is heilig voor deze lieden. Maar de HEERE ziet het en confronteert hen ermee.

Ze denken een weg van voorspoed en geluk te gaan, maar die weg zal donker worden, met glibberige, spiegelgladde plaatsen (Jr 23:12). Het is al moeilijk om op spiegelglad ijs te lopen, laat staan als het dan ook nog eens donker is. Van terugkeren is geen sprake. Ze zullen door hun begeerte worden voortgeduwd en op die spiegelgladde plaatsen uitglijden, ten val komen en te pletter storten. Dit oordeel staat hen te wachten “in het jaar van hun vergelding”. De HEERE zegt het, dus zal het gebeuren.

Valse profetie in Samaria en Jeruzalem

Bij de profeten van Samaria, de hoofdstad van het tienstammenrijk, heeft de HEERE “ongerijmde dingen” gezien, dingen die niet passen bij een profeet (Jr 23:13). Er zijn daar profeten die namens de Baäl profeteren en zo Gods volk misleiden. De HEERE noemt Israël hier nog “Mijn volk”. Te beginnen met Jerobeam is het tienstammenrijk steeds verder van de HEERE afgedwaald en heeft het zich aan de afgoden overgegeven, aan de zelfbedachte godsdienst van Jerobeam (1Kn 12:26-33).

Wat Samaria heeft gedaan, is slecht, maar wat Jeruzalem doet, is nog veel slechter (Jr 23:14). Daar heeft de HEERE niet ‘slechts’ ongerijmde dingen gezien zoals in Samaria, maar Hij zag daar “iets afschuwelijks”. Israël pleegde openlijk afgoderij, maar Juda profeteerde in de Naam van de HEERE, terwijl ze de meest verwerpelijke zonden begingen.

Het eerste kwaad dat genoemd wordt, is weer overspel, met in het kielzog daarvan de leugen. Wie overspel pleegt, leeft in de leugen. Het is een grove leugen om zonden goed te praten in de Naam van de HEERE. Dat gebeurt in onze dagen als wordt gezegd dat liefde uit God is en dat een homoseksuele relatie ‘dus’ in overeenstemming met Gods wil is en zelfs kerkelijk kan worden ingezegend. In plaats van op te roepen om het kwaad te veroordelen en zich te bekeren zijn ze zo volkomen verdorven, dat ze anderen aanmoedigen voort te gaan in het kwaaddoen. Het gevolg is verharding en niet bekering van slechtheid. De HEERE kan hen niet anders oordelen dan Hij Sodom en Gomorra heeft gedaan, want ze doen als Sodom en Gomorra.

De toorn van de HEERE rust op die profeten (Jr 23:15). In Zijn almacht als “de HEERE van de legerscharen” zegt Hij wat Hij met deze profeten zal doen. Hij zal hun bitterheid te eten en te drinken geven. Ze hebben zelf het volk bitter en vergiftigd voedsel en drinken gegeven. Daarom krijgen ze het nu zelf te eten en te drinken. De smaak zal afschuwelijk zijn. Dit zullen ze moeten innemen omdat “van de profeten van Jeruzalem heiligschennis is uitgegaan over heel het land”. Hun verdorven invloed heeft het hele land doordrenkt van heiligschennis, zodat niets meer heilig is. De zonde is overal in doorgedrongen.

Dit is de situatie ook vandaag in de christenheid. Niets is meer heilig, alles wat van en voor God en Zijn eer is, wordt met voeten getreden en dat met gebruikmaking van Zijn Woord. Hoe groot is de heiligschennis die gepleegd wordt onder de dekmantel van Gods Woord! We kunnen hierbij denken aan het jaarlijkse Christus onterende en Godslasterlijke spektakelstuk ‘The Passion’ van de smakeloos geworden Evangelische Omroep. Daarin wordt het verhaal van het lijden van Christus op eigentijdse manier door ‘Bekende Nederlanders’ gespeeld, van wie velen geen enkele relatie met de Christus van de Schriften hebben.

De woorden van de leugenprofeten

De HEERE laat nu een duidelijke waarschuwing horen om niet naar die profeten te luisteren (Jr 23:16). Hij zegt met grote nadruk “luister niet” omdat het volk zo heel graag naar die profeten luistert. Hun praatjes zijn mooi en vroom, maar ze zijn lucht. Ze vertellen een optimistisch verhaal over de toekomst. Dat hoort het volk graag, maar het maakt hen tegelijk blind voor het naderende onheil.

De hoop die zij krijgen, is dan ook “ijdele hoop”. Het is een hoop die voortkomt uit de fantasie van de valse profeten, uit de inbeeldingen van hun eigen hart en niet uit de mond van de HEERE. Zulke hoop is drijfzand, er is geen enkele vastigheid in. Hun inbeeldingen missen elk werkelijk gezag. Ze kunnen de toets van Gods Woord niet doorstaan. Het is een prediking ‘naar de mens’ en niet een prediking die aandringt op zelfonderzoek, schuldbelijdenis en bekering.

Alles wat we horen, moeten we aan Gods Woord toetsen. We moeten dingen niet aannemen omdat ze geloofwaardig klinken, of met veel overtuiging worden gebracht. Er zijn veel misleidende profeten uitgegaan (1Jh 4:1). De duivel heeft velen in zijn macht.

De duivel weet ook dat herhaling de beste reclame is. De valse profeten zeggen “steeds” maar weer, ze herhalen het telkens: “De HEERE heeft gesproken” (Jr 23:17). En wat de HEERE gesproken heeft, is natuurlijk aangenaam om te horen. Ze vinden een luisterend oor bij hen die de HEERE verwerpen. Natuurlijk klinkt er geen vermaning om zich te bekeren. Nee, ze mogen echt rekenen op vrede. Ze kunnen gewoon lekker doorgaan op de weg van zonde, want “geen onheil zal u overkomen”. Dit is wat het verharde hart graag hoort.

Deze profeten staan ver van de raad van de HEERE (Jr 23:18). Ze kennen Zijn raad niet, ze hebben er nooit in gestaan. Ze hebben Zijn woord niet gezien en gehoord, wat nodig is om een echte profeet te kunnen zijn. Een echte profeet is bij dat woord betrokken, hij slaat er acht op en luistert ernaar, dat wil zeggen, laat het in zijn leven zien. Maar deze profeten leven zelf in de leugen. Hoe kunnen ze dan doorgeven wat de HEERE heeft gesproken?!

Het telkens weer oproepen tot goddeloosheid veroorzaakt “een storm van de HEERE” (Jr 23:19). Grimmigheid gaat van Hem uit als een wervelende storm die zal neerstorten “op het hoofd van de goddeloze”. Dit oordeel zal razend over hen komen en de storm zal pas uitgeraasd zijn als de HEERE alles heeft gedaan en tot stand heeft gebracht wat Hij in Zijn hart heeft gedacht (Jr 23:20). We zien deze oordelen in het boek Openbaring. Ze komen over Zijn volk Israël en ook over de christenheid en ook over de wereld.

Jeremia en Gods volk kunnen dat in hun tijd nog niet begrijpen (vgl. 1Pt 1:10). “In later tijd”, dat is in de eindtijd, zullen ze het “duidelijk begrijpen”. Wij mogen nu wel al alles begrijpen, want wij hebben de Geest Die God ons heeft gegeven. Hij maakt het ons bekend (Jh 16:12-14).

De valse profeten zijn niet door de HEERE gezonden, maar zijn toch met een boodschap namens Hem op weg gegaan (Jr 23:21). Vol ijver gaan ze rond met hun geluksvoorspellingen. De HEERE heeft hun niets gezegd wat ze zouden moeten zeggen, maar toch zijn ze in Zijn Naam gaan profeteren. Dit is een grote aanmatiging die we ook vandaag veelvuldig in de christenheid zien, waar vrijzinnige predikanten het wagen om in de Naam van de Heer te spreken.

Het bewijs dat deze valse profeten niet in de raad van de HEERE staan, is dat zij niemand hebben doen terugkeren van hun slechte weg en van hun slechte daden (Jr 23:22). Ze hebben Gods volk niet Gods woorden laten horen en niet aangedrongen op berouw en bekering. De vrucht van hun ‘profetische dienst’ is slechts verharding.

De valse profeten staan in groot contrast met wat profeten doen die wél door God gezonden worden en spreken wat Hij zegt. Zulke profeten staan in Gods raad. Zij kennen Zijn gedachten en delen die aan Zijn volk mee. Die woorden doen dwalende mensen van hun slechte weg terugkeren en bewerken dat ze ophouden met hun slechte daden. Dat zijn de kenmerken van de ware profeten. Het gaat er niet om of hun prediking succes heeft of niet, maar of ze spreken wat de HEERE wil. Jeremia is een ware profeet van de HEERE, terwijl zijn prediking menselijkerwijs niets heeft opgeleverd.

Copyright information for DutKingComments