‏ 1 Corinthians 16:2

2Op elken eersten dag der week, legge een iegelijk van u iets bij zichzelven weg, vergaderende een schat, naar dat hij welvaren verkregen heeft; opdat de verzamelingen alsdan niet eerst geschieden, wanneer ik gekomen zal zijn.
 eersten dag Gr. enen. Hebr. Zie dergelijke wijze van spreken Gen 1:5 ; Dan 9:1 . Zie ook Mat 28:1 ; Mar 16:9 ; Luk 24:1 .
,
 der week, legge Gr. der sabbaten, waardoor de gehele week dikwijls wordt genoemd. Zie Mar 16:9 ; Joh 20:1 . Deze eerste dag wordt van Johannes genaamd des Heeren dag, Rev 1:10 , omdat de Heere Christus op dien dag van de doden is opgestaan. Op dezen dag plegen de apostelen hunne vergaderingen te houden; Joh 20:19 , Joh 20:26 ; Act 20:7 .
,
 een iegelijk van u Namelijk lidmaat uwer gemeente, die enige middelen heeft.
,
 iets bij zichzelven Namelijk om tot de nooddruft der armen gegeven te worden. Want altemet wat weg te leggen, bezwaart zozeer niet, en veel kleine maken een grote.
,
 vergaderende een schat, Dat is, alzo mettertijd gelijk een schat bijeenbrengende. Of, verzekerd zijnde dat gij u daarmede een schat zult vergaderen in den hemel; Mat 6:20 .
,
 welvaren verkregen Het Griekse woord betekent eigenlijk een goeden weg of reis hebben, gelijk Rom 1:10 , en wordt bij gelijkenis voor allerlei voorspoed genomen. Elkeen moet dan geven naar dat hem de Heere gezegend heeft; 2Co 8:12 .
,
 alsdan niet eerst Namelijk hetwelk alsdan inderhaast zo bekwamelijk en vruchtbaar voor de armen niet zal kunnen geschieden.
Copyright information for DutSVVA