1 Samuel 10:20-21
20Toen nu Samuël al de stammen van Israël had doen naderen, zo is de stam van Benjamin geraakt. ▼ , ▼▼ geraakt Te weten, met het lot. Hebreeuws, gevat, getroffen; dat is, het lot viel op den stam van Benjamin, waarmede God de Heere wilde te kennen geven dat het een onder de huisgezinnen van dien stam was, welken Hij tot koning wilde zetten.
21Toen hij den stam van Benjamin deed aankomen naar zijn geslachten, zo werd het geslacht van Matri geraakt; en Saul, de zoon van Kis, werd geraakt. En zij zochten hem, maar hij werd niet gevonden.
Copyright information for
DutSVVA