‏ 1 Samuel 31:6-7

6Alzo stierf Saul, en zijn drie zonen, en zijn wapendrager, ook al zijn mannen, te dienzelven dage te gelijk.
 al zijn mannen, Versta het merendeel van zijn hofgezin en van zijn huisgenoten, alsook het gros van het leger. Hoewel van beiderlei enigen ontkomen zijn. Vergelijk 1Ch 10:6.
7Als de mannen van Israël, die aan deze zijde van het dal waren, en die aan deze zijde der Jordaan waren, zagen, dat de mannen van Israël gevloden waren, en dat Saul en zijn zonen dood waren, zo verlieten zij de steden, en zij vloden. Toen kwamen de Filistijnen en woonden daarin.
 van het dal waren, Versta hier het dal of de laagte Jizreëls.
,
 woonden daarin Zie boven, 1Sa 27:6.
Copyright information for DutSVVA