‏ 1 Samuel 4:19-20

19En zijn schoondochter, de huisvrouw van Pinehas, was bevrucht, zij zou baren; als deze de tijding hoorde, dat de ark Gods genomen was, en haar schoonvader gestorven was, en haar man, zo kromde zij zich, en baarde; want haar weeën overvielen haar.
 kromde zij zich, Te weten, van pijn en benauwdheid, die zij gevoelde.
,
 haar Hebreeuws, haar noden wendden zich over haar
,
 weeën overvielen haar Angsten, benauwdheden, nood.
20En omtrent den tijd van haar sterven, zo spraken de vrouwen, die bij haar stonden: Vrees niet, want gij hebt een zoon gebaard. Doch zij antwoordde niet, en nam het niet ter harte.
 bij haar stonden Of, over haar
,
 nam het niet ter harte Hebreeuws, zij zette haar hart daar niet [op]; dat is, zij werd door zulke woorden niet bewogen; zij verkwikten haar hart niet.
Copyright information for DutSVVA