‏ 2 Chronicles 14:12-14

12En de Heere plaagde de Moren voor Asa en voor Juda; en de Moren vloden. 13Asa nu en het volk, dat met hem was, jaagden hen na tot Gerar toe; en zo velen vielen er van de Moren, dat er voor hen geen hervatting was; want zij waren verbroken voor den Heere en voor Zijn leger; en zij droegen zeer veel roofs daarvan.
 Gerar toe; Zie van deze stad, Gen 20:1 .
,
 hervatting was; Hebreeuws, geen levendmaking, of levendheid, dat is, geen kracht om zichzelven weder op te helpen en bijeen te vergaderen, dat zij den slag zouden hebben mogen hervatten. Alzo wordt gezegd: En Joab maakte het overige der stad levend, 1Ch 11:8 , zie de aantekening aldaar.
,
 zij droegen Namelijk, die van Juda.
14En zij sloegen alle steden rondom Gerar; want de verschrikking des Heeren was over hen; en zij beroofden al de steden, omdat veel roofs in dezelve was.
 de verschrikking Dat is, een zeer grote verschrikking van God toegezonden. Vergelijk Gen 35:5 , en zie de aantekening daarop. Alzo onder, 2Ch 17:10 , en 2Ch 20:29 .
Copyright information for DutSVVA