‏ 2 Corinthians 6:14-15

14Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?
 een ander juk aan met Dat is een juk, of gemeenschap met degenen, die van ongelijke religie zijn, gelijk de afgodische heidenen waren. Waarmede hij niet allerlei gemeenschap verbiedt, want dat zou strijden met hetgeen hij gezegd heeft 1Co 5:10 , maar alleen zulke gemeenschap, waardoor zij ook tot de gemeenschap van hunne afgoderij of andere zonden zouden worden gebracht, of de ongelovigen in hunne zonden gesterkt; en is ene gelijkenis, genomen uit de wet, Deu 22:10 , waar God verbiedt, dat zij in het ploegen den os en den ezel niet zouden samenvoegen.
15En wat samenstemming heeft Christus met Belial, of wat deel heeft de gelovige met den ongelovige?
 Belial; Dit is een Hebreeuws woord, en betekent een die zonder juk is, of niemand nuttig. Hier wordt het genomen voor den Satan zelf, die alle gehoorzaamheid Gods van zich heeft geworpen. Zie 1Sa 1:16 .
Copyright information for DutSVVA