‏ 2 Peter 3:12-13

12Verwachtende en haastende tot de toekomst van den dag Gods, in welken de hemelen, door vuur ontstoken zijnde, zullen vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten.
 Verwachtende en Namelijk met lijdzaamheid.
,
 haastende tot de Namelijk met verlangen.
,
 Gods, Dat is, van den Heere Jezus Christus, gelijk Tit 2:13; of van God den Vader, die Zijn gericht houden zal door den Zoon; Act 17:31.
,
 in welken de hemelen, Of door welke, namelijk toekomst van den dag Gods.
,
 door vuur ontstoken Zie hiervan vs.7, 10.
13Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont.
 nieuwe hemelen Namelijk of van ene nieuwe substantie en wezen, of met nieuwe hoedanigheden versierd, en daardoor als vernieuwd. Zie de aantekeningen vs.10.
,
 in dewelke Namelijk nieuwe hemelen en aarde. Want Hij spreekt in het meervoud.
,
 gerechtigheid Dat is, mensen die van de zonde gerechtvaardigd zijn, en anders niet dan gerechtigheid zullen plegen; daar deze aarde vol is van boze en ongerechtige mensen.
,
 woont Dat is, wonen zal; dat is, waar de rechtvaardige mensen een vaste plaats zullen hebben en altijd daarin blijven en gerechtigheid oefenen.
Copyright information for DutSVVA