Ezekiel 13:7-9
7Ziet gij niet een ijdel gezicht, en spreekt een leugenachtige voorzegging, als gij zegt: De Heere spreekt, daar Ik niet gesproken heb? ▼▼ Ziet gij niet Deze vraag verzekert sterkelijk.
,
▼
,
▼▼ een leugenachtige voorzegging, Hebreeuws, ene voorzegging der leugen.
,
▼▼ zegt Te weten tot het volk.
,
▼▼ Ik niet gesproken heb? Namelijk Ik de Heere.
8Daarom zo zegt de Heere Heere: omdat gijlieden ijdelheid spreekt, en leugen ziet; daarom, ziet, Ik wil aan u, spreekt de Heere Heere. ▼ 9En Mijn hand zal zijn tegen de profeten, die ijdelheid zien, en leugen voorzeggen; zij zullen in de vergadering Mijns volks niet zijn, en in het schrift van het huis Israëls niet geschreven worden, en in het land Israëls niet komen; en gij zult weten, dat Ik de Heere Heere ben. ▼
,
▼
,
▼
,
▼▼ van het huis Israëls Dat is, van de ware kerk niet bevonden worden.
,
▼▼ in het land Israëls niet komen; Dat is, in het land van Juda niet wederkeren uit de Babylonische gevangenschap; gelijk ook die onboetvaardig blijven niet komen zullen in het hemelse Kanaän.
Copyright information for
DutSVVA