Genesis 1:20-21
20En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels! ▼ , ▼▼ zielen; Hebr. ziel. Versta daardoor de dieren, die leven en gevoelen, en door zulk een oorzaak zich bewegen.
,
▼▼ in het uitspansel Hebr. in [of naar] het aangezicht des enz.
21En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. ▼▼ schiep Zie de aantekening op vs.1.
,
▼
,
▼
Copyright information for
DutSVVA