‏ Habakkuk 2:6

6Zouden dan niet al dezelve van hem een spreekwoord opnemen, en een uitlegging der raadselen van hem? En men zal zeggen: Wee dien, die vermeerdert hetgeen het zijne niet is ( hoe lange!), en dien, die op zich laadt dik slijk.
 Zouden Of, zullen niet allen.
,
 alle dezen Te weten al die heidenen en volken die de koning Nebukadnezar overweldigd en onder zijn gebied gebracht heeft, vs.5.
,
 van hem een Dat is, hem belachen en bespotten; te weten als hem God te schande zal gebracht hebben.
,
 een uitlegging Dat is, hetgeen zij eerst bedektelijk en als met verbloemde woorden hem verweten hebben, dat zullen zij daarna met klare en duidelijke woorden doen; verg. Isa 14:9-10 .
,
 men zal Te weten een iegelijk onder de godzaligen, van wien vs.4, gesproken is.
,
 die vermeerdert Dat is, die zich verrijkt met hetgeen het zijne niet is. berovende andere heren en lieden van hunnen landen en goederen.
,
  (hoelang?), Te weten zal het duren, o Heere, dat Gij hem hierover niet straffen zoudt? De zin is: Gij zijt zo rechtvaardig, dat Gij deze goddeloosheid niet lang ongestraft zult kunnen laten. Anders: hoe lang, te weten zal deze zijn onverdragelijke land en geldroverij duren?
,
 dik slijk Alzo noemt de profeet het zilver en goud, mitsgaders alle andere aardse goederen, die deze koning samengeschraapt en vergaderd had.
Copyright information for DutSVVA