Hosea 1:2
2Het begin van het woord des Heeren door Hosea. De Heere dan zeide tot Hosea: Ga henen, neem u een vrouw der hoererijen, en kinderen der hoererijen; want het land hoereert ganselijk van achter den Heere. ▼▼ van het woord des HEEREN door Hosea Of, van het spreken, van de spraak; dat is, als de Heere eerst met, door en tot Hosea begon te spreken, sprak Hij dit tot hem, en door hem tot het volk. Anders: in Hosea; [en alzo elders] om nader te tonen dat het volgende niet geschied is inderdaad, maar door een gezicht in den geest, inwendiglijk, bij manier van parabel of gelijkenis, den profeet van God is geopenbaard, en naderhand het volk alzo, als een profetisch gezicht voorgedragen. Zie van zulke profetische gezichten, Gen 15:1 , en vergelijk onder Hos 3:1 , enz.; idem Eze 4:4 , en Eze 8:2 , en Eze 11:24-25 , enz.
,
▼
,
▼▼ kinderen der hoererijen; Omdat hier gezegd wordt: Neem ene hoer met hoerenkinderen, en daarna dat de profeet die kinderen bij die hoer gewonnen heeft, daaruit blijkt dat het niet alzo inderdaad geschied is.
,
▼
,
▼
Copyright information for
DutSVVA