‏ Hosea 11:3

3Ik nochtans leerde Efraïm gaan; Hij nam ze op Zijn armen, maar zij bekenden niet, dat Ik ze genas.
  leerde Efraïm gaan; Dat is, Ik leerde hen de voeten zetten, gelijk een moeder haar kind doet.
,
 Hij nam ze op Zijn armen, Dit zijn de woorden van den profeet, die hij tussen Gods woorden invoegt, uit verwondering over Gods vriendelijkheid en goedertierenheid, alsof hij zeide: Immers is het waar, dat Hij hen, als een vader, of moeder een kind, [zie vs.1,] inzonderheid als het moede is van het gaan, op de armen gedragen heeft; zie Exo 19:4 ; Deu 1:31 , en Deu 32:11-12 ; Isa 63:9 , en van Mozes, Num 11:12 . Anders: ik nam hen, of nemende henlieden bij hunne [Hebreeuws zijne ] armen; omdat er in het volgende dergelijke verwisseling van het veelvoudig en enkelvoudig getal van Efraïm gebruikt wordt.
,
 genas Dat is, in al hunne noden en zwarigheden zeer lieflijk en gemeenzaamlijk bijstond en verloste; zie Psa 30:3 , en vergelijk boven Hos 7:1 , en Exo 15:26 .
Copyright information for DutSVVA