Isaiah 5:26-29
26Want Hij zal een banier opwerpen onder de heidenen van verre, en Hij zal hen herwaarts sissen van het einde der aarde; en ziet, haastelijk, snellijk zullen zij aankomen. ▼▼ Want Hij Hier verhaalt nu de profeet verder hetgeen hij op het einde van vs.25 begonnen heeft te zeggen, te weten dat de hand des Heeren verheven is.
,
▼▼ een banier Dat is, een leger van vijanden.
,
▼▼ opwerpen Dat is, Hij zal hun een teken geven, dat zij komen en het Joodse volk overvallen. Of, Hij zal de Chaldeën, Babyloniërs, Assyriërs [die hier onder den naam van heidenen te verstaan zijn] door zijn heimelijke en rechtvaardige regering aanlokken en tegen de Joden opmaken.
,
▼▼ onder de heidenen Of, onder de heidenen, die verre zijn; dat is, die van verre komen zullen.
,
▼
,
▼▼ ziet, Dit ziet op hetgeen boven vs.19 staat. Alsof hij hier zeide: Gijlieden bespot mijne dreigementen, zeggende: Dat Hij haaste, dat Hij zijn werk bespoedige, enz. Zie nu zal Hij haasten, teweegbrengende dat haastelijk, snellijk, de vijand komen zal om u te verdelgen.
,
▼▼ zullen zij aankomen Hebreeuws, zal zij komen, te weten de banier met het volk daaronder behorende. Anders, hij, te weten de koning van Babel met zijn leger. Anders, het, te weten het volk.
27Geen moede, en geen struikelende zal onder hen wezen; niemand zal sluimeren noch slapen, noch de gordel zijner lendenen ontbonden worden, noch de schoenriem zijner schoenen afgescheurd worden. ▼▼ Geen moede, Hij wil zeggen: Dat er niemand in dat leger, of onder dat krijgsvolk, moede zal worden in het marcheren op die lange reis; aldus te kennen gevende de gewillige gehoorzaamheid der volkeren, die God tewerk stellen zou.
,
▼▼ niemand Zij zullen altegaar wakker en in hunne aanslagen voorzichtig zijn.
,
▼▼ noch de gordel Dat is, zij zullen steeds vaardig zijn om te strijden, staande gewapend tot aller ure.
28Welker pijlen scherp zullen zijn, en al hun bogen gespannen; hunner paarden hoeven zullen als een rots geacht zijn, en hun raderen als een wervelwind. ▼▼ Welker pijlen Hebreeuws, welker, te weten volks, namelijk dat in het leger zijn zal. Alzo wordt in het volgende het getal van een gesteld voor het getal van velen. De profeet wil zeggen dat het volk, hetwelk God gebruiken zal om strafoefening te doen, welgewapend en toegerust zal wezen.
,
▼
,
▼▼ hoeven Hebreeuws, klauwen.
,
▼
,
▼▼ hun raderen Dat is, hunne wagens zullen zeer snellijk aankomen.
29Hun gebrul zal zijn als van een ouden leeuw, en zij zullen brullen als de jonge leeuwen, en zij zullen briesen, en den roof aangrijpen en wegvoeren; en er zal geen verlosser zijn. ▼▼ Hun gebrul Met deze woorden beschrijft de profeet de wreedheid van het volk, hetwelk de Heere tegen de Joden zou zenden om hen te vernielen.
,
▼▼ ouden leeuw, Of, fellen, of gruwelijken leeuw.
,
▼▼ den roof Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk een dier, hetwelk met de tanden en klauwen van een ander dier verscheurd is.
Copyright information for
DutSVVA