Isaiah 8:9-10
9Vergezelt u te zamen, gij volken! doch wordt verbroken; en neemt ter ore, allen gij, die in verre landen zijt, omgordt u, doch wordt verbroken; omgordt u, doch wordt verbroken! ▼▼ Vergezelt Dit is ene aanspraak tot den koning van Assyrië en de andere natiën, die zich met hem tegen de Joden, of de kerk Gods, doch inzonderheid tegen de stad Jeruzalem verbonden hadden; tegelijk is het ene voorzegging tot troost der vromen, dat de Assyriërs Jeruzalem wel zouden willen belegeren, maar dat zij die stad en het koninkrijk van Juda niet zouden overweldigen, gelijk zij voorgenomen hadden, maar dat zij met schande daarvan zouden moeten trekken. Het is een heilige ironie, of bespotting, alsook in vs.10. Zie de vervulling dezer profetie 2Ki 19:35 .
,
▼
,
▼▼ allen gij, Hebreeuws, alle verheden des lands, of der aarde.
,
▼▼ omgordt u, Te weten met uw harnas en zwaard, dat is, bereidt u ten oorlog.
,
▼▼ doch wordt verbroken; De zin is: Doet al wat gij kunt, het zal al vergeefs zijn, gij zult niets uitrichten, aangezien Immanuel, dat is God, met ons is.
10Beraadslaagt een raad, doch hij zal vernietigd worden; spreekt een woord, doch het zal niet bestaan; want God is met ons! ▼▼ Beraadslaagt Te weten, hoe gij het Joodse land zult overmeesteren.
,
▼
,
▼▼ God is met ons De profeet ziet op den naam van Immanuel, den Zoon Gods gegeven, boven Isa 7:14 , en hier vs.8. En hij wil hier te kennen geven dat Christus, die de beschutter en beschermer zijner kerk is, het koninkrijk van Juda beschermen zou, dewijl Hij besloten had uit dien stam zijn menselijke natuur aan te nemen, eer dat al het bestuur ganselijk van Juda weggenomen zou zijn en blijven. Eenigen zetten het over: Want [hier is] Immanuel.
Copyright information for
DutSVVA