‏ Jeremiah 25:3-5

3Van het dertiende jaar van Josia, den zoon van Amon, den koning van Juda, tot op dezen dag toe (dit is het drie en twintigste jaar) is het woord des Heeren tot mij geschied; en ik heb tot ulieden gesproken, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij hebt niet gehoord.
 dit is het drie en twintigste jaar Of, deze drie en twintig jaren.
,
 vroeg op zijnde Dat is, zeer vlijtiglijk, intijds en geduriglijk. Vergelijk boven Jer 7:13 , en hier vs.4.
,
 gehoord Dat is, gehoorzaamd, gelijk ook in het volgende, en elders dikwijls.
4Ook heeft de Heere tot u gezonden al Zijn knechten, de profeten, vroeg op zijnde en zendende (maar gij hebt niet gehoord, noch uw oor geneigd om te horen);
 vroeg op zijnde Vergelijk boven Jer 7:13 .
5Zeggende: Bekeert u toch, een iegelijk van zijn bozen weg, en van de boosheid uwer handelingen, en woont in het land, dat de Heere u en uw vaderen gegeven heeft, van eeuw tot in eeuw;
 weg, Zie Gen 6:12 .
,
 woont in het land, Dat is, zo zult gij zekerlijk wonen, Ik zal maken dat gij, enz. Zie Psa 37:3 .
Copyright information for DutSVVA