Jeremiah 46:3-4
3Rust het schild en de rondas toe, en nadert tot den strijd! ▼▼ nadert tot den strijd Om slag te leveren. Aldus spreekt de profeet de Egyptische krijgslieden aan, bespottenderwijze, alsof hij zeide: Bereidt u vrij op het best dat gij moogt, het zal maar tevergeefs zijn, gij zult evenwel geslagen worden. Vergelijk onder
Jer 51:11 .
4Spant de paarden aan, en klimt op, gij ruiters! en stelt u met helmen; veegt de spiesen, trekt de pantsiers aan! ▼▼ Spant de paarden aan en klimt op, Te weten, aan de wagens, van dewelke de wagenruiters te dien tijde plachten te vechten; zie
2Sa 10:18 . Hebreeuws, bindt. Vergelijk
Gen 46:29 , en
Exo 14:6 ;
1Ki 18:44 , enz. alwaar hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt wordt. Anders: zadelt de paarden.