‏ Jeremiah 52:12-14

12Daarna, in de vijfde maand, op den tienden der maand (dit jaar was het negentiende jaar van den koning Nebukadrezar, den koning van Babel), als Nebuzaradan, de overste der trawanten, die voor het aangezicht des konings van Babel stond, te Jeruzalem gekomen was;
 tienden der maand 2Ki 25:8 staat dat hij op den zevenden der maand te Jeruzalem gekomen is. De vergelijking dezer verscheidenheid is, dat hij op den zevenden in de stad is aangekomen, maar op den tienden begonnen heeft zijn last te verrichten; waarvan in het volgende.
,
 voor het aangezicht des konings van Babel stond, Die den koning diende, oppaste, steeds omtrent hem was. Zie Deu 1:38 ; 1Ki 1:2 . Hiervoor staat 2Ki 25:8 , de knecht, of dienaar van den koning van Babel; het ene verklaart het andere.
13Zo verbrandde hij het huis des Heeren en het huis des konings; mitsgaders alle huizen van Jeruzalem en alle huizen der groten verbrandde hij met vuur.
 en alle huizen der groten Of, te weten zulks dat het voorgaande woord alle verklaard wordt door alle huizen der groten. Hebreeuws, allen huis des groten. Anders, elk groot huis; dat is, alle huizen der groten, of alle grote huizen, de zin opeen uitkomende, want grote huizen behoren gemeenlijk den groten of machtigen toe. Zie 2Ki 25:9 .
14En het ganse heir der Chaldeen, dat met den overste der trawanten was, brak alle muren van Jeruzalem rondom af.
Copyright information for DutSVVA