‏ Job 38:10-11

10Toen Ik voor haar met Mijn besluit de aarde doorbrak, en zette grendel en deuren;
 voor haar Dat is, voor de zeer; te weten, om die in het land te laten invloeien.
,
 de aarde Dat is, holligheden daarin maakte, door welke een deel van haar water daarin vloeien zou; waaruit dan vele rivieren en binnenwateren ontstaan zijn. Anders, toen Ik over haar mijn ordinantie besloot; te weten, welke in het volgende verhaald wordt. Of, aldus: Zou Ik dan mijn besluit over haar breken? Ik heb grendel en deuren gezet, en gezegd, enz.
,
 grendel Versta, de duinen en oevers der zee, die het water inhouden, dat het niet verder over den aardbodem uitvallen kan; Jer 5:22 .
11En zeide: Tot hiertoe zult gij komen, en niet verder, en hier zal hij zich stellen tegen den hoogmoed uwer golven.
 zeide Van Gods zeggen, zie Gen 1:3 .
,
 hij zich Te weten, de grendel, waarvan in vs.10, dat is, zand, klippen, oever der zee.
,
 golven Het Hebreeuwse woord is ook alzo genomen Psa 89:10 ; Isa 48:18 ; Zec 10:11 .
Copyright information for DutSVVA