‏ Jonah 3:5-6

5En de lieden van Nineve geloofden aan God; en zij riepen een vasten uit, en bekleedden zich met zakken, van hun grootste af tot hun kleinste toe.
  En de lieden van Nineve In deze vijf volgende verzen wordt het geloof en de bekering der Ninevieten beschreven. Zie daarvan de woorden van de Heere Christus, Mat 12:41 ; Luk 11:32 .
,
 geloofden aan God Verg. Exo 14:31 ; 2Ch 20:20 met de aantekening.
,
 vasten Zie Joe 1:14 met de aantekening.
,
 met zakken Zie Gen 37:34 ; Joe 1:8 , Joe 1:13 , enz.
6Want dit woord geraakte tot den koning van Nineve, en hij stond op van zijn troon, en deed zijn heerlijk overkleed van zich; en hij bedekte zich met een zak, en zat neder in de as.
 dit woord Of, deze zaak, te weten de predikatie van Jona.
,
  geraakte tot den koning van Nineve Dat is, drong door, kwam voor hem.
,
 zijn heerlijk overkleed Of, tabbaard, rok, koninklijken mantel, of overkleed. Hetzelfde Hebr. woord wordt gebruikt van den mantel van den profeet Elia, 2Ki 2:8 , en van de Babylonische mantel, dien Achan gestolen had, Jos 7:21 , en betekent anders heerlijkheid. Zie Eze 17:8 ; Zec 11:3 , en verg. Gen 25:25 , en Psa 8:2 ; Mic 2:8 .
,
 in de as Of, op. Zie Job 2:8 .
Copyright information for DutSVVA