Judges 12:6
6Zo zeiden zij tot hem: Zeg nu Schibboleth; maar hij zeide: Sibbolet, en kon het alzo niet recht spreken; zo grepen zij hem, en versloegen hem aan de veren van de Jordaan, dat te dier tijd van Efraïm vielen twee en veertig duizend. ▼▼ Zeg nu Om verzekerd te wezen dat hij niet was uit enigen stam in Gilead wonende, als Rubeniet, Gadiet of Manassiet, die ook aan de veren mochten komen om over te gaan.
,
▼▼ Schibbóleth; Dat is, een stroom, vloed, of vaart. Somtijds ook een korenaar. Dit woord verkozen zij, omdat het bij de veren der Jordaan wel tepaskwam, en de Efraïmieten zonder achterdenken hun spraak zouden melden, gelijk het gemeenlijk gebeurt dat een volk of natie, enerlei spraak hebbende, nochtans verscheidene woorden en letters in het ene gedeelte des lands anders uitspreekt dan in een ander geschiedt. Vergelijk Mat 26:73.
,
▼▼ versloegen hem Hebreeuws eigenlijk, staken hem de keel af, keelden hem.
Copyright information for
DutSVVA