‏ Luke 10:23-24

23En Zich kerende naar de discipelen, zeide Hij tot hen alleen: Zalig zijn de ogen, die zien, hetgeen gij ziet.
 hetgeen gij ziet Namelijk de Christus of Messias in het vlees nu geopenbaard, en zijn ambt bedienende, Joh 8:56 ; Act 2:25 ; 1Pe 1:8 , enz.
24Want Ik zeg u, dat vele profeten en koningen hebben begeerd te zien, hetgeen gij ziet, en hebben het niet gezien; en te horen, hetgeen gij hoort, en hebben het niet gehoord.
 hebben begeerd te zien, Grieks hebben willen zien.
Copyright information for DutSVVA