‏ Psalms 121:6-8

6De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts.
 zon zal u des De zin is: Hij zal u als met een wolk bedekken, gelijk Hij eertijds uwe voorouders gedaan heeft toen zij Egypte kwamen; Exo 13:21 ; Psa 78:14 ; Isa 49:10 ; Rev 7:15-16 .
,
 steken, noch Te weten, met hare stralen. Hebr. slaan. Zie Gen 8:21 .
7De Heere zal u bewaren van alle kwaad; uw ziel zal Hij bewaren.
 De HEERE zal Sommigen nemen deze twee laatste verzen als een wens, aldus: de Heere beware u, enz.
8De Heere zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid.
 zal uw uitgang Dat is, Hij zal u behoeden in al uwen handel, in al uw doen en laten. Zie Deu 28:6 . Zie ook dergelijke manier van spreken 2Sa 3:25 ; 2Ch 1:10 ; Act 1:21 .
Copyright information for DutSVVA