Psalms 144:5-7
5Neig Uw hemelen, Heere! en daal neder; raak de bergen aan, dat zij roken. ▼ , ▼▼ daal neder; Te weten, tot mijne hulp en tot verstoring uwer vijanden.
,
▼▼ bergen aan, Dat is, (naar sommiger gevoelen) mijn grote en geweldige vijanden. Men kan dit ook nemen als ene beschrijving van de majesteit en de macht Gods in het uitvoeren van zijne oordelen tegen de goddelozen, die de vromen verdrukken. Verg. Psa 104:32 , enz.
,
▼▼ dat zij roken Dat is, dat zij als rook verdwijnen.
6Bliksem bliksem, en verstrooi hen; zend Uw pijlen uit, en verdoe hen. ▼▼ Bliksem bliksem, Dat is, sla hen ter neder en maak hen te schande met uw goddelijke en hemelse kracht.
,
▼▼ verstrooi hen; Te weten, die vreemde kinderen, van welke gesproken wordt vs.7.
7Steek Uw handen van de hoogte uit; ontzet mij, en ruk mij uit de grote wateren, uit de hand der vreemden; ▼
,
▼
,
▼
Copyright information for
DutSVVA