Psalms 52:1-2
1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester. [052:2] Als Doeg, de Edomiet, gekomen was, en Saul te kennen gegeven, en tot hem gezegd had: David is gekomen ten huize van Achimelech. [052:3] Wat beroemt gij u in het kwaad, o gij geweldige? Gods goedertierenheid duurt toch den gansen dag. ▼ , ▼ , ▼ , ▼ 2[052:4] Uw tong denkt enkel schade als een geslepen scheermes, werkende bedrog. ▼ , ▼ , ▼▼ goedertierenheid Over al de zijnen, en mede over mij zodat gij u ijdelijk beroemt alsof gij mij bereids hadt tenonder gebracht.
Copyright information for
DutSVVA