Psalms 65:10
10[065:11] Gij maakt zijn opgeploegde aarde dronken; Gij doet ze dalen in zijn voren; Gij maakt het week door de druppelen; Gij zegent zijn uitspruitsel. ▼ , ▼▼ dronken; Dat is, Gij bewatert en begiet haar overvloedig met den regen.
,
▼▼ week Hebr. Gij smelt, of ontdoet het; te weten het land.
,
▼▼ druppelen Dat is, druipende regen, of slagregen, dichte regen. Het Hebr. woord komt van menigte, of grootheid der droppelen.
Copyright information for
DutSVVA