Psalms 81:6
6[081:7] Ik heb zijn schouder van den last onttrokken; zijn handen zijn van de potten ontslagen. ▼▼ het gezet Te weten, het blazen der bazuinen en de onderhouding der ceremoniën en feestdagen.
,
▼▼ tot een Te weten, zijne genade over zijn volk.
,
▼
,
▼▼ hij uitgetogen Te weten, God, die oorlog tegen de Egyptenaren gevoerd heeft, hen aantastende met zijne plagen.
,
▼▼ ik gehoord Dit spreekt Israël, in zulk een zin namelijk, willende te verstaan geven dat het in den persoon hunner vaderen [in wier lenden zij waren] onder een vreemd en onbekend volk in Egypte gewoond had.
,
▼▼ een spraak, Hebr. een lip; gelijk Gen 11:1 . De Hebreeuwse en Egyptische talen waren zo wijd van elkander verscheiden, dat de een den ander niet verstond; te weten, in het begin als zij eerst in Egypte kwamen. Zie Gen 42:23 . Sommigen nemen dit alzo, dat de profeet hier wil zeggen dat Israël te dien tijde nog niet verstond de aanspraak van God, als daartoe nog niet gewend zijnde. Verg. Act 7:25 .
Copyright information for
DutSVVA