‏ Psalms 89:32-34

32[089:33] Zo zal Ik hun overtreding met de roede bezoeken, en hun ongerechtigheid met plagen.
 met de roede Te weten, met eens mensen roede, 2Sa 7:14 . Dat is, met matige kastijding, tot hun best, opdat zij zijner heiligheid zouden deelachtig worden; Heb 12:6 , Heb 12:10 . Zie Job 9:34 .
,
 bezoeken Zie de aantekening bij Gen 21:1 .
33[089:34] Maar Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen, en in Mijn getrouwheid niet feilen.
 van hem Hebr. breken van met hem; dat is, alzo niet, dat zij zou ophouden van met of bij hem te zijn.
,
 en in mijn Hebr. en zal niet liegen in, of tegen mijne getrouwheid; dat is, van mijne getrouwheid aan, of tegen hem te bewijzen.
34[089:35] Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen, en hetgeen uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen.
 hetgeen uit Dat is, hetgeen Ik mijnen knecht David, of iemand van mijne kinderen beloofd. Hebr. den uitgang mijner lippen.
Copyright information for DutSVVA