‏ Psalms 91:1-2

1Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen.
 in de schuilplaats Dat is, onder de bescherming. Verg. Num 14:9 ; Rth 2:12 ; Psa 17:8 , en Psa 36:8 , en Psa 61:5 , en Psa 63:8 ; Hos 14:8 , met de aantekening.
,
 des Almachtigen Van het woord Schaddai, hetwelk in het Hebr. staat, zie Gen 17:1 .
2Ik zal tot den Heere zeggen: Mijn Toevlucht en mijn Burg! mijn God, op Welken ik vertrouw!
 Ik zal tot Of, ik zeg van den HEERE.
Copyright information for DutSVVA