‏ Revelation of John 21:12-14

12En zij had een groten en hogen muur, en had twaalf poorten, en in de poorten twaalf engelen, en namen daarop geschreven, welken zijn de namen der twaalf geslachten der kinderen Israëls.
 had een groten Hierdoor wordt de onverwinnelijke vastigheid en zekerheid van de verheerlijkte gemeente Gods in den hemel betekend, die door Zijn almachtigheid als een vaste muur rondom deze is en altijd zal blijven. Zie Zec 2:5; Mat 16:18.
,
 twaalf poorten, Namelijk aan elke zijde drie poorten, gelijk in het volgende wordt verklaard. Waardoor te kennen gegeven wordt, dat alle gelovigen uit alle gewesten der wereld tot deze stad toegang zullen hebben; gelijk Christus ook spreekt Mat 8:11.
,
 twaalf engelen, Namelijk tot trouwe wachters, dat in deze stad niet zou uit- of ingaan, dan hetgeen rein was, en daar behoorde; gelijk hierna verklaard wordt in vs.27, en gelijk van den ingang van het paradijs ook verhaald wordt; Gen 3:24.
,
 geslachten der Of stammen; namelijk van het ware Israël Gods, uit alle geslachten der aarde uitverkoren, en bijeengebracht. Zie Rom 11:26, en hiervoor, Rev 7:4.
13Van het oosten waren drie poorten, van het noorden drie poorten, van het zuiden drie poorten, van het westen drie poorten.
 Van het oosten Dit ziet niet op het uiterlijke Jeruzalem, dat op de ene zijde geen poorten had, daar die op een steilte lag; maar òf op het Jeruzalem van het Nieuwe Testament, dat Ezechiël ook zo heeft gezien, doch in mindere grootte, Eze 48:31; òf ook op het leger der Israëlieten in de woestijn, hetwelk vierkantig lag, en voor elken stam een poort had. Zie Num 2:2, enz.
14En de muur der stad had twaalf fondamenten, en in dezelve de namen der twaalf apostelen des Lams.
 twaalf fondamenten, Namelijk van kostelijke stenen op of nevens elkander bekwamelijk gevoegd, gelijk vs.19,20 wordt verklaard. Waardoor te kennen gegeven wordt de leer der twaalf apostelen, welker uiterste hoeksteen is Christus Jezus, waarop deze gemeente van Christus hier is gebouwd en in der eeuwigheid gebouwd zal blijven; gelijk Paulus getuigt Eph 2:20.
,
 de namen der twaalf Een gelijkenis, zo het schijnt, genomen van het doen der werkmeesters aan grote gebouwen, die tot een zekere gedachtenis hun namen op de fondamentstenen plegen te graveren of te houwen. Zo wordt hier ook van de twaalf apostelen gesproken, omdat zij allen aan deze stad hebben gebouwd, en geen ander fundament hebben gelegd dan Jezus Christus; doch in verscheidene mate en luister, gelijk deze kostelijke stenen van verscheiden luister zijn, en gelijk Paulus ook van zichzelf en anderen spreekt; 1Co 3:10-11.
Copyright information for DutSVVA