‏ Revelation of John 22:3-4

3En geen vervloeking zal er meer tegen iemand zijn; en de troon Gods en des Lams zal daarin zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen;
 geen vervloeking Of geen verbanning; dat is, niet der vervloeking waardig, gelijk Rev 21:27, niets onreins, of dat onreinheid doet. En dit schijnt ook genomen uit Zec 14:11, waar van de tijden van het Nieuwe Testament zulks wordt voorzegd; dat evenwel ten volle niet zou geschieden, dan als Christus Zijn dorsvloer zal hebben gezuiverd, en al het kaf in het vuur zal hebben geworpen, Mat 3:12 en Mat 13:40, enz.
,
 de troon Gods en Dat is, de heerlijkheid Gods en van Jezus Christus, als waar God en mens, zal die vervullen. Zie Rev 21:22-23.
,
 Zijn dienstknechten Namelijk zo engelen als zalige mensen. Zie Rev 7:15.
,
 zullen Hem dienen Dat is, rondom Zijn troon bereid staan om Hem te loven en te prijzen, en Zijn bevelen te gehoorzamen.
4En zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofden zijn.
 Zijn aangezicht Dat is, Zijn majesteit en heerlijkheid, om deze deelachtig te zijn; gelijk van de engelen gezegd wordt, Mat 18:10, en van alle gelukzaligen in den hemel; Mat 5:8; 1Jo 3:2.
,
 Zijn Naam zal Namelijk als hem toebehorende en eigen zijnde en daarvan openlijk belijdenis doende; gelijk ook de hogepriester in het Oude Testament op zijn voorhoofd een gouden plaat droeg, waarop geschreven was: de heiligheid des Heeren. Zie hiervan nadere verklaring Rev 3:12, en Rev 14:1.
Copyright information for DutSVVA