‏ Romans 11:2

2God heeft Zijn volk niet verstoten, hetwelk Hij te voren gekend heeft. Of weet gij niet, wat de Schrift zegt van Elia, hoe hij God aanspreekt tegen Israël, zeggende:
 Zijn volk Namelijk dat waarlijk Zijn volk was, niet naar het vlees alleen, maar ook naar de belofte.
,
 verstoten, Zie vs.1.
,
 gekend heeft Dat is, voor de Zijnen erkend en verkoren heeft; Mat 7:23 ; Joh 10:14 ; Rom 8:29 ; 2Ti 2:19 ; 1Pe 1:2 , 1Pe 1:20 .
,
 weet gij niet, Dat is, ik meen dat gij wel weet.
,
  van Elia, Grieks, in Elia; dat is, in de geschiedenis van Elia, die beschreven wordt 1Ki 17 , en in de volgende hoofdstukken.
,
 aanspreekt Grieks, bejegent, ontmoet; namelijk met woorden.
,
  tegen Israël, Dit kan gevoegd worden, òf met het woord aanspreekt, òf met het woord zeggende; namelijk klagende over den afval der Israëlieten.
Copyright information for DutSVVA