‏ 1 Chronicles 12:1-2

1Dezen nu zijn het, die tot David kwamen naar Ziklag, toen hij nog besloten was voor het aangezicht van Saul, den zoon van Kis; zij waren ook onder de helden, die tot dien krijg hielpen.
 Ziklag, Zie van deze stad de aantekening 1Sa 27:6 .
,
 toen hij nog besloten was Te weten, toen hij uit vrees voor Saul zich moest verbergen in holen, spelonken en rotsstenen en op de bergen. Anders, [uitgesloten;] te weten, uit de publieke bijeenkomsten van het volk Gods, ja uit het gehele land der Israëlieten, vanwege Sauls tirannie.
,
 de helden, Te weten, die in 1Ch 11 genoemd staan.
2Gewapend met bogen, rechts en links met stenen werpende, en met pijlen schietende uit den boog; zij waren van de broederen van Saul, uit Benjamin.
 rechts en links Dat is, zij waren zo vaardig in het werpen met hun linker als met hun rechterhand. Zie dergelijke Jdg 20:16 .
,
 van de broederen Dat is, van zijn maagschap, of bloedverwanten. Dit hebben die mannen gedaan, bezijden stellende de maagschap, en ziende op de rechtvaardige zaak Davids in het ongelijk, dat Saul hem aandeed. Aldus heeft zelfs Jonathan, de zoon van Saul, de zaak van David voorgestaan, hoewel hij bij zijn vader gebleven is.
Copyright information for DutSVVA