‏ 1 Kings 16:13

13Om al de zonden van Baësa, en de zonden van Ela, zijn zoon, waarmede zij gezondigd hadden, en waarmede zij Israël hadden doen zondigen, tot toorn verwekkende den Heere, den God Israëls, door hun ijdelheden.
 zonden van Báësa, Op welke God gezien heeft, die aldus zijn gerechtige wraak uitvoerde, en niet Zimri, die alleen zijn ongerechtigen moedwil volgde, boven, vs.7. Vergelijk ook boven de aantekeningen op 1Ki 15:29.
,
 ijdelheden Dat is, afgoden, die gans niets zijn in de wereld; 1Co 8:4, en 1Co 10:19. Zie Lev 19:4.
Copyright information for DutSVVA