1 Thessalonians 4:4
4Dat een iegelijk van u wete zijn vat te bezitten in heiligmaking en eer; ▼▼ zijn vat Dat is, Zijn lichaam, hetwelk naar een Hebreeuwse wijze van spreken alzo genaamd wordt, omdat het een werktuig der ziel is.
,
▼▼ ere; Dat is, eerbaarheid. Want niets onteert het lichaam des mensen meer dan onkuischheid. Zie
1Co 6:16, enz.