‏ 2 Kings 11:12

12Daarna bracht hij des konings zoon voor, en zette hem de kroon op, en gaf hem de getuigenis; en zij maakten hem koning, en zalfden hem; daartoe klapten zij met de handen, en zeiden: De koning leve!
 hij des konings zoon Namelijk, Jojada.
,
 getuigenis; Hetwelk hij hem in de hand gaf, en was het wetboek, waarin God getuigt hoe hij zich in zijne regering moest gedragen. Zie Deu 17:18.
,
 zalfden hem; Die hun vader naar de gewoonlijke orde in het rijk opvolgden, werden naar sommiger mening, niet gezalfd, maar alleen, die na enige verandering in het regiment of buiten de ordinaire wet, of uit vrees van toekomende zwarigheid, koning werden, gelijk Saul, 1Sa 10:1; David, 1Sa 16:13; Salomo, 1Ki 1:34; Jehu, 2Ki 9:6; Joahaz, 2Ki 23:30; en hier Joas, die zijn vader opgevolgd is, nadat Athalia het rijk geweldiglijk en tirannelijk aan zich getrokken had.
,
 klapten Tot een teken en bewijs der vreugde. Alzo wordt de klapping der handen genomen, Psa 98:8; Eze 25:6; elders voor een teken der droefheid, Eze 6:11.
Copyright information for DutSVVA