2 Kings 25:6-7

6Zij dan grepen den koning, en voerden hem opwaarts tot den koning van Babel, naar Ribla; en zij spraken een oordeel tegen hem.
 Ribla; Zie boven, 2Ki 23:33. in deze stad heeft Nebukadnezar zijn hof willen houden, totdat hij Jeruzalem veroverd zou hebben, voornamelijk dewijl de belegering lang duurde.
,
 oordeel tegen hem Want zij beschuldigden hem van ontrouw en valsheid, omdat hij zijn belofte en eed gebroken had; en van ondankbaarheid tegen den koning Nebukadnezar, die hem koning gemaakt had, boven, 2Ki 24:17, 2Ki 24:20. Anders, zij spraken een oordeel met hem; te weten, met den koning van Babel over den koning van Juda.
7En zij slachtten de zonen van Zedekia voor zijn ogen, en men verblindde Zedekia’s ogen, en zij bonden hem met twee koperen ketenen, en voerden hem naar Babel.
 men verblindde Zie Jer 39:7.
Copyright information for DutSVVA