‏ 2 Samuel 2:20-23

20Toen zag Abner achter zich om, en zeide: Zijt gij dit, Asahel? En hij zeide: Ik ben het. 21En Abner zeide tot hem: Wijk tot uw rechterhand of tot uw linkerhand, en grijp u een van die jongens, en neem voor u hun gewaad; maar Asahel wilde niet afwijken van achter hem.
 gewaad; Dat is, hun kleding, of wapenen, of beide. Zie Jdg 14:19.
22Toen voer Abner wijders voort, zeggende tot Asahel: Wijkt af van achter mij; waarom zal ik u ter aarde slaan? Hoe zou ik dan mijn aangezicht opheffen voor uw broeder Joab?
 waarom zal ik u ter aarde slaan? Alsof hij zeide: Waarom wilt gij dat gevaar uitstaan? Gij zult mij dringen, dat ik u niet zal kunnen verschonen, dat ik uws broeders halve [die een dapper krijgsoverste is] anders gaarne zou doen.
23Maar hij weigerde af te wijken. Zo sloeg hem Abner met het achterste van de spies aan de vijfde rib, dat de spies van achter hem uitging; en hij viel aldaar, en stierf op zijn plaats. En het geschiedde, dat allen, die tot de plaats kwamen, alwaar Asahel gevallen en gestorven was, staan bleven.
 achterste van de spies Dat is, hij stak hem met het scherp, dat aan het onderste, of achterste van de spies was.
,
 aan de vijfde rib, Of, bij, nevens, onder. Dit wordt van velen verstaan van de plaats der rechterzijde, waar de lever ligt aan het borstbeen, en waar de stam is van de leverader, alwaar ervaren en geleerde geneeskundigen betuigen, en den heidenen ook bekend is geweest, dat de wonde haastiger dan enige andere den mens doodt. Sommigen verstaan het van de linkerzijde, waar het hart ligt, of het week der zijden onder de korte ribben, die vijf in getal zijn. Hetwelk schijnt bevestigd te worden door de uitstorting van het ingewand door deze wond geschied, waarvan onder, 2Sa 20:10. Vergelijk onder, 2Sa 3:27, en 2Sa 4:6, en 2Sa 20:10.
,
 plaats Dat is, hij bleef dood liggen op de plaats, waar hij gestaan had, of gestoken werd.
Copyright information for DutSVVA